Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Monddelen.

Monddelen

Voorbeeldzinnen (20)

De stalvlieg heeft tot steeksnuit omgevormde monddelen en geen monddelen die een meer deppende werking hebben zoals de huisvlieg en kleine kamervlieg.

De monddelen worden blootgesteld als de vlieg voedsel opneemt, dan worden de monddelen uitgeklapt en zijn de verschillende delen zichtbaar.

Het kopschild van de larve bestaat uit een helm-achtig chitinepantser en bevat de monddelen, opvallend zijn de naast de monddelen gelegen antennes.

De monddelen zijn zwak ontwikkeld, omdat dansmuggen in tegenstelling tot steekmuggen (Culicidae) geen bloed zuigen.

Hij heeft stekende, bijtende monddelen, die zich vastzetten in de huid.

Aan de voorzijde van de kop zijn de monddelen gelegen.

Als de poten weer in rustpositie worden gebracht zit de prooi niet alleen muurvast geklemd waarbij de stekels het lichaam kunnen doorboren, maar bevindt zich ook vlak voor de monddelen van de bidsprinkhaan zodat deze direct kan beginnen met eten.

Andere duidelijk te herkennen lichaamsdelen zijn de ogen (1), de witgekleurde monddelen of labia (2) en de antennes (3).

Bij terugkomst in de bijenkast wordt het suikerhoudende sap uit de honingmaag via de monddelen aan de jongere bijen overgedragen.

De andere schaar is rechter en veel scherper en wordt gebruikt om mee te knippen en het voedsel naar de monddelen de brengen.

De binnenste drie paar monddelen zijn aanhangsels van de kop.

De buis bestaat uit verschillende met elkaar vergroeide monddelen, zo vormt de hypopharinx of binnenlip het bovenste voedselkanaal, de onderste delen zijn ontstaan uit de onderlip of labium.

De copulatieorganen van de mannetjes zijn aan het derde potenpaar gelegen en niet aan de monddelen zoals bij echte spinnen.

De geschaarde uitsteeksels van een schorpioen zijn dus geen poten zoals vaak beweerd wordt -maar monddelen.

De gesegmenteerde monddelen of maxillipeden worden aangestuurd door het onderslokdarmganglion (ganglion suboesophagicum), de antennen en ogen worden aangestuurd door het bovenslokdarmganglion (ganglion supraoesophagicum).

De kevers zijn met maximaal 15mm van gemiddelde grootte en worden overwegend gekenmerkt door hun brede en enigszins afgeplatte monddelen met forse kaken.

De monddelen bevatten smaakreceptoren, ze verkleinen het voedsel en brengen het in het spijsverteringskanaal.

De monddelen en de gnathopoden worden enkel tijdens het foerageren gebruikt.

De monddelen van de kever wijzen naar voren.

De monddelen van de volwassen dieren zijn onderontwikkeld en ze kunnen zich hierdoor niet voeden.