Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Monistische.

Monistische

Voorbeeldzinnen (20)

Hier geeft de monistische benadering van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen dus de doorslag.

Hoogendoorn was van 1978 tot 1994 - namens de PvdA - lid van de gemeenteraad van Rotterdam (de laatste acht jaar als wethouder in het toen nog monistische stelsel).

Ramanuja's Brahman wordt gedefinieerd als een verscheidenheid van kwaliteiten en eigenschappen in één (monistische) entiteit.

Jammer dat zijn stemgedrag de kuddegeest van het monistische kabinet Rutte 3 perfect volgt.

Er is immers sprake van een monistische religie.

Het past in onze monistische structuur en traditie om enthousiast mee te werken aan de ontwikkeling van de internationale rechtsorde.

Het is tekenend voor de nog altijd monistische verhoudingen in het CDA dat de vice-premier eraan te pas moest komen om de lijn van Donner te dekken.

Het monistische model van één stad, zoals bij de aanstaande ES2015 van Bakoe, werd ingeruild voor één land.

Want uitgerekend het bestuursniveau dat door dualisme gekenmerkt zou moeten worden, namelijk het Rijk, staat bol van de monistische verschijnselen.

Deze duiden op een bestuursstelsel met monistische en dualistische tendensen.

De consequenties van een monistische visie zijn ingrijpend.

Een andere bestuursvorm is het monistische stelsel.

In de huidige monistische situatie niet.

Maar het is een dikke monistische begroting.

Verwijst naar monistische filosofie.

Ze kent zowel monistische als dualistische tradities.

Aangezien atman en brahman als een en hetzelfde principe worden beschouwd, kwalificeert men de Advaita Vedanta als monistische filosofie.

Uitgaande van een monistische natuurfilosofie verdedigde Haeckel een pantheïstische wereldbeschouwing waartegen Wasmann zich verzette; hij schreef er een boek over getiteld Haeckels Monismus - eine Kulturgefahr (1919).

Anderzijds lopen ze het risico 'menselijk welzijn' te strikt te definiëren, wat weer te veel aan een monistische positie doet denken.

De basis van het monistische stelsel in Nederland ligt in het ongeschreven constitutionele recht, zoals vastgelegd in het arrest Grenstractaat Aken (HR 3 maart 1919).