Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Motten.

Motten

Motten betekenis

motregenen | bestrooien met fijne veenachtige grond als meststof

Voorbeeldzinnen (20)

As se me niet motten, dan motten ze me maar niet is mijn motto.

De onderzoekers tonen aan dat lichte motten in de ogen van hun belangrijkste vijand – vogels – echt minder goed zichtbaar zijn op met korstmossen bedekte bomen dan donkere motten.

Even voor alle zekerheid het volgende: motten zijn nachtvlinders, maar niet alle nachtvlinders zijn motten.

Beter zou zijn om van kapellen en motten te spreken, maar kapellen is in onbruik geraakt en bij motten denken we eerder aan kledingvreters.

En telkens gingen deze expedities weer naar dezelfde berghelling waar het team zich zette aan de verzameling van motten, heel veel motten.

Niet ver van de heilige Kruiskapel rijzen de "Motten" op: feodale motten van zeer indrukwekkende afmetingen.

Motten komen in de mooiste jurk.

Er is in het museum een vrouw de beheerder van motten en ander gevleugelte die heeft gezegd dat ze zich tot me aangetrokken voelt als een...

Omdat ik al deze motten heb, en ik ga erg ver weg vliegen van die nooit eindigende verveling.

Als voorbeeld noemt Heijdenrijk zijn verhaal over het houden van motten.

Brute pech voor Dorien Motten, de gymnaste die sinds januari in het bezit is van een Georgisch paspoort omdat ze in België toch ongewenst was.

De gevangen vrouwtjes geven feromonen vrij, waardoor ook de mannelijke motten in de val worden gelokt.

Extremisten, religisten en klimaatontkenners motten we niet.

Huisspitsmuizen zijn zeer nuttige diertjes, want ze jagen op allerlei soorten: insecten, spinnen, larven, pissebedden, slakken, wormen, motten, muggen en kakkerlakken.

In al die brandhaarden trekt ze op met de kleine groep journalisten die als motten op het vuur afkomen.

In Nederland leven ruim 2.400 soorten nachtvlinders en motten.

In zijn prachtige hermelijnen kraag zitten de motten.

Iraniërs zijn geen Arabieren dus die motten ze ook niet.

Motten zijn goed voor maar liefst een derde van de bestuiving van gewassen, bloemen en bomen in stedelijke gebieden.

Van degenen die het nodig hebbeb of degenen die er rijk van motten worren?