Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Naait.

Naait

Naait | Naaitechnieken

Voorbeeldzinnen (20)

De moeder naait.

Maria naait babykleertjes.

Ze naait met naald en draad.

Die naait vast als 'n tijger.

Nee, jij naait hem niet.

Jij naait een van mijn vrienden en ik moet de andere naaien.

Hij naait ons twee keer in twee weken.

Die donut naait je niet.

Hij naait maar met wie hij wil, als ik 't maar niet ben of één van mijn mensen.

Een hoer naait je niet meer als je dood bent.

Wie naait wie nou, hè?

Als je hem naait dan schiet hij je desnoods uit de lucht.

Boerefijn kleedt zich in die stijl en naait zélf zijn eigen colberts en gilets met een ouderwetse Singer.

De hond loopt met blij dansende oren de schuifdeuren van de showroom in, kijkt naar links, blijft dan stokstijf staan en naait jankend de winkel weer uit.

Die naait eruit naar het buitenland, let maar op.

Er naait nog een topbestuurder uit maar dat boeit niemand.

Het is weer tijd voor een rondje racen in de U Naait Het Steeds, in het plastic fantastic Las Vegas, gesponsord door Paardenpis Silver.

Hij koopt zich overal in, naait de boel op met uitspraken (zoals we van hem gewend zijn),waardoor alles en iederin de stressstand schiet,meneer vervolgens een week of zoiets later de boel opkoopt en/of zich laat uitkopen.

Is toch beter dan dat z'n huidige vrouw z'n beste vriend naait?

Links en rechts in NL hebben elkaar al decennia gevonden in een kliek die de middenstand naait.