Ontdek Naamdag via 10+ voorbeeldzinnen uit het Nederlands, met uitleg van de betekenis. Ideaal voor taalgebruikers, schrijvers en taalliefhebbers.
Naamdag betekenis
een dag waarop een heilige wordt herdacht
Gebruik van Naamdag
- De belangrijkste betekenis op deze pagina is: een dag waarop een heilige wordt herdacht
- In het voorbeeldencorpus komt naamdag vaak voor in combinaties zoals: de naamdag, naamdag van, zijn naamdag.
Context rond Naamdag
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 14.8 woorden
- Plaats in de zin: 8 begin, 8 midden, 4 einde
- Zinsoorten: 20 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Naamdag
- In deze selectie staat "naamdag" meestal aan het begin van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 14.8 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral martelaar, valt, eertijds en vindt op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "naamdag".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn december de naamdag van sint en haar naamdag valt op. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "naamdag" dicht bij woorden als aangehecht, aanklaagt en aanstekers, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met naamdag
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Vandaag is mijn naamdag. (4 woorden)
Het is Irina's naamdag. (5 woorden)
Zijn naamdag is 18 april. (5 woorden)
Lol, over Judas Taddeüs: Zijn naamdag is op 28 oktober in de Rooms-Katholieke Kerk en de Lutherse Kerk en op 19 juni in de Oosters-Orthodoxe Kerk. (28 woorden)
Judas Taddeüs, Wikipedia: Zijn naamdag is op 28 oktober in de Rooms-Katholieke Kerk en de Lutherse Kerk en op 19 juni in de Oosters-Orthodoxe Kerk. (27 woorden)
Dit verwijst naar paus Martinus I, de laatste paus-martelaar (naamdag eertijds 12 November, tegenwoordig 13 April) en diens bisschopsstaf (de Paus is tevens bisschop van Rome). (27 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Vandaag is mijn naamdag.
Judas Taddeüs, Wikipedia: Zijn naamdag is op 28 oktober in de Rooms-Katholieke Kerk en de Lutherse Kerk en op 19 juni in de Oosters-Orthodoxe Kerk.
Lol, over Judas Taddeüs: Zijn naamdag is op 28 oktober in de Rooms-Katholieke Kerk en de Lutherse Kerk en op 19 juni in de Oosters-Orthodoxe Kerk.
Voor de jaren veertig heetten weerfenomenen vaak naar heiligen, bijvoorbeeld omdat ze toesloegen op hun naamdag.
Haar naamdag valt op Vastenavond, de dinsdag voor Aswoensdag.
We vieren zijn naamdag op 3 november.
Aangezien 19 november vroeger de naamdag van de heilige Elisabeth van Thüringen was, werd de overstroming naar deze heilige vernoemd: Sint-Elisabethsvloed.
De datum is niet toevallig gekozen, want 4 oktober is de naamdag van de heilige Franciscus.
Vandaag is de naamdag van Sint-Amand.
Toevallig de naamdag van de god Quetzalcóatl – in het jaar I-Riet () – bereikte hij de stad Tenochtitlan.
De Sint-Leciejaarmarkt werd gehouden op de zondag het dichtst bij 13 december – de naamdag van Sint-Lucia.
Desondanks is hij heilig verklaard, zijn naamdag is 9 oktober.
Dit verwijst naar paus Martinus I, de laatste paus-martelaar (naamdag eertijds 12 November, tegenwoordig 13 April) en diens bisschopsstaf (de Paus is tevens bisschop van Rome).
Elk jaar wordt het resultaat van deze geldwervingsactie op de naamdag van Victoria, 12 maart, gepresenteerd.
Haar naamdag vindt plaats op 24 juli, haar sterfdatum.
Het is Irina's naamdag.
In de middeleeuwen ontstonden Sint-Nicolaasbroederschappen, waarvan de leden de naamdag van hun beschermheiligen vierden.
Op 26 juli 1950 werd op de naamdag van Sint-Anna de kapel opnieuw ingezegend.
Op de naamdag van oma maakt Nikolaj goede sier met een gedicht, dat hij gedeeltelijk heeft ontleend aan eerder werk van huisleraar Karl.
Zijn naamdag is 18 april.
Veelvoorkomende combinaties met naamdag
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- de naamdag 40×
- naamdag van 38×
- zijn naamdag 27×
- naamdag is 13×
- haar naamdag 4×
- naamdag wordt 4×
- naamdag valt 3×
- naamdag op 3×
- en naamdag 3×
- wiens naamdag 3×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "naamdag" in een zin?
Wat betekent "naamdag"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "naamdag" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl