Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Noemden.

Noemden

Noemden | Noemd

Voorbeeldzinnen (20)

De geleerden noemden dit element ether, en de zone waar alleen dit vijfde element voor zou komen, noemden ze heel rechttoe rechtaan: ‘de ether’.

Falernum zoals de Romeinen ‘m noemden was waarschijnlijk een wijn gemaakt van een druif die de Romeinen noemden.

De latere Maleise kolonisten, die in de 12e eeuw in het gebied aankwamen, noemden het Madia-as en de Spanjaarden ten slotte noemden het eiland naar de reeds bestaande nederzetting Pan-ay.

Deze groep die zich Acadians noemden werden in 1755 door de Engelse Kroon verbannen naar allerlei oorden, maar een groot gedeelte kwam terecht in het zuidwestelijk deel van Louisiana wat ze Acadiana noemden.

Die noemden wij trouwens nog Gütmenschen, en zij noemden ons "Henk en Ingrid" in plaats van Klasse C Burgers.

En de Zonnekoningen in Brussel noemden het licht dag, en de duisternis noemden Zij nacht.

De latere Maleise kolonisten, die in de 12e eeuw in het gebied aankwamen, noemden het Madia-as en de Spanjaarden tenslotte noemden het eiland naar de reeds bestaande nederzetting Pan-ay.

De kruisvaarders noemden het Krak des Moabites, zoals ze vaker burchten krak noemden (naar een Arabisch woord voor 'klein fort'), vanwaar de naam Kerak is afgeleid.

Duidelijk is dat degenen die zich "ārya" noemden neerkeken op anderen, die ze "dasa" noemden.

We noemden de hond Tim.

Ze noemden hun kind Jane.

In de jaren 1950 noemden Canadese moeders hun kinderen met de volledige naam als ze hen een standje gaven.

De ouders noemden het kind "Akiyoshi".

Ze noemden haar kindje Jane.

Ze noemden het schip "Mayflower".

We noemden hem Thomas naar zijn grootvader.

Ze noemden het dorp Nieuw-Amsterdam.

Zijn vriendinnen noemden hem Ted.

Zijn vrienden noemden hem Ted.

Beyoncé en Jay-Z noemden hun dochter Blue Ivy.