Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Nominalisme.

Nominalisme

Nominalisme betekenis

filosofie die de algemene begrippen slechts als namen beschouwt en hun iedere werkelijkheidswaarde ontzegt | monetaire theorie die ervan uitgaat geld slechts een symbolisering van de waarde is

Voorbeeldzinnen (15)

De discussie over realisme, nominalisme en conceptualisme werd daardoor bij zijn wortels uitgerukt en vanaf Kant onzinnig.

Het middeleeuws realisme staat tegenover het nominalisme, maar op een andere manier.

Ook het nominalisme zegt dat er een externe wereld bestaat en leert dat woorden slechts (soort)namen zijn voor concrete dingen.

Uit extreem nominalisme kan volgen dat er gender en seksuele geaardheid niet werkelijk bestaan, maar uitvindingen zijn in verschillende samenlevingen.

Nominalisme is een theologische/filosofische stroming uit de tweede helft van de Middeleeuwen.

Het ontstaan van het nominalisme wordt in verband gebracht met de opkomst van de burgerij in de Middeleeuwen.

Hij maakte in zijn leven een ommezwaai van het filosofisch realisme naar het nominalisme ; daarom werd hij wel spottend 'magister contradictionis' (meester in tegenstellingen) genoemd.

Hij typeert zijn eigen benadering als 'dynamisch nominalisme ' of ' dialectisch realisme'.

Zijn inzichten duiden op een gecultiveerde intelligentie die zeer bekend is met praktische zaken en die zich verzet tegen de extremen van nominalisme en realisme middels gezond verstand.

De regel van het monetaire nominalisme betreft de openbare orde niet.

Eco 1995, p. 24. De stoïcijnen stonden voorts ook tegenover Plato en Aristoteles, omdat ze ervan uitgingen dat er geen abstracte universalia zijn, en hingen een vorm van nominalisme aan.

Er zijn hoofdzakelijk drie oplossingen voor de vraag of universalia echt, stoffelijk bestaan of enkel gedacht worden: realisme, nominalisme en conceptualisme.

Goodmans nominalisme was louter op ontologische criteria gebaseerd.

Het nominalisme propageerde een moderne, wetenschappelijke houding, waarbij het wereldse niet meer gezien werd als een afbeelding van een goddelijke werkelijkheid maar als een zelfstandige realiteit.

Panofsky huldigde eigenlijk dezelfde stellingen als De Tolnay, maar hij gebruikte de term ‘nominalisme’ in plaats van realisme.