Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Nominatief.
Nominatief betekenis
eerste van de 8 naamvallen van de Indo-Europese talenDeze vorm wordt meestal gebruikt voor onderwerp em naamwoordelijk deel van het gezegde | gesteld op naam van iemand
Voorbeeldzinnen (20)
In het Latijn zijn er zes naamvallen: nominatief, genitief, datief, accusatief, ablatief en vocatief.
Bij het leren van het Duits moet men vier naamvallen kennen. Deze naamvallen zijn de nominatief, genitief, datief en accusatief.
De Duitse psycho-analyticus Wilhelm Stekel deed begin twintigste eeuw ook onderzoek naar nominatief determinisme.
Afhankelijk van een zinstype staat het subject dus in de nominatief of accusatief.
Behalve in Limburg werden de meeste Turkse arbeidsmigranten naar Vlaanderen niet via de OTRT, maar nominatief gerekruteerd door bedrijven buiten de overheid om.
De te verwachten vormen einer en eines voor de nominatief mannelijk en onzijdig komen alleen zelfstandig voor: das ist einer (zie ook onder bezittelijk voornaamwoord).
Het lijdend voorwerp is dan nominatief.
In alle vier de gevallen wordt steeds een onderscheid gemaakt tussen 'sterke' naamvallen (nominatief, accusatief en vocatief) en 'zwakke' naamvallen (de rest).
In de oudere taal kent alleen het persoonlijk voornaamwoord een onderwerps- en een voorwerpsvorm (nominatief en accusatief).
In het hedendaagse Nederlands is er nog slechts bij een beperkt aantal woorden een verschil tussen de nominatief en andere naamvallen.
In het meervoud vielen ook hier vocatief en instrumentalis weg; de instrumentalis valt eigenlijk samen met de datief, de vocatief met de nominatief.
In veel Indo-Europese talen is het verschil tussen vocatief en nominatief geleidelijk verdwenen en wordt nu voor beide dezelfde vorm gebruikt.
Men neemt acht Indo-Europese naamvallen aan: de nominatief, accusatief, datief, genitief, ablatief, locatief, instrumentalis en vocatief.
Merk op dat hier het onderscheid nominatief-accusatief behouden blijft.
R.E." is hier dus een nominatief van het onderwerp van een volwaardige zin.
Tot deze verbuigingsklasse behoren de meeste mannelijke woorden die in het Latijn in de nominatief enkelvoud niet op -us eindigen.
De restituties brengen wij nominatief en collectief in kaart en beschrijven de onderbouwende wet en regelgeving waarop dit is gebaseerd.
De vormleer kent de nominatief, partitief en accusatief, die elk de functie van subject of object kunnen krijgen.
Als men bij andere woordsoorten over "nominatief" spreekt, dan is dat uit het oogpunt van de historische grammatica een accusatief.
Dat zou misschien overeenkomen met een Keltisch n-stam nominatief als *Artiu.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl