Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Nurks.
Nurks betekenis
van een mens en dan vooral van een man: hatelijk, beledigend en dus onaangenaam in de omgang | iemand die zich nurks gedraagt
Voorbeeldzinnen (12)
Minder geduld heeft ze met haar moeder, die her en der opduikt als een nurks, onaardig, maar minstens zo tragisch personage.
Hij werd vervolgens nurks, bot, soms hardvochtig; af en toe hing zelfs de dreiging van geweld in de lucht.
Nurks een pilsbier ontkurkend, verschuif ik met m'n bilspier de kruk.
Omroep Nurks is de jeuk op je rug, de volle blaas die jou uit fijne dromen wekt en de zoemende mug in een klamme zomernacht.
Waar Omroep Nurks wel voor kan zorgen, is wat meer nukkigheid.
Zijn vader deed wel vaker nurks.
Grump verschijnt voor het eerst eind jaren 80 in Sesamstraat, als nurks.
Noodgedwongen zal deze archetypische nurks de literaire geschiedenis dus moeten ingaan als de «ik» van Bolkestein.
Zijn blik is nurks, hij spreekt kortaf, Berlijns accent.
In de Nederlandse Sesamstraat wordt Oscar, wanneer het lange woord 'moppermonster' niet in de originele mondbewegingen past, wel eens een 'nurks' genoemd.
Teevee komt veelal tezamen met Oscar de Nurks voor, met wie hij ondanks hun vele tegenstellingen vrienden probeert te worden.
Zijn drijfveren zijn niet per definitie slecht, maar hij is ongemanierd, heeft een nurks en opvliegend karakter en doet dingen waar hij later spijt van krijgt.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl