Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Odium.

Odium

Odium betekenis

haat, vijandschap, wrok | slechte reputatie

Voorbeeldzinnen (12)

Nog geenszins echter aanvaard ik daarmee het odium van 'landverraad'.

Pirminius ob odium Karoli (uit haat voor Karel) Herman van Reichenau, Chronicon, a. 727. en in 732 diens opvolger abt Heddo uit het klooster Reichenau.

Wellicht is het vanwege het odium dat op zijn vader rustte, dat hij nooit opklom tot het burgemeesterschap.

Wij herkennen u al aan 't odium rond u, aan uw geur.

Zou mevrouw Groenteman al gemerkt hebben, dat er altijd al 'n odium van antisemitisme rond socialisme hangt?

Aan elke handeling die een wereld schept, kleeft het odium van de overschrijding of het exces van het geoorloofde.

Vuile laffe honden zijn zij die weigeren om het odium van die stront bloedige binnenlandse oorlog op zich te laden.

Na de oorlog gaf de zelfgekozen dood van de jonge Ter Braak — hij was pas 38 jaar — hem het odium van martelaar voor de goede zaak.

Verzamelen heeft hier nog altijd het odium van ‘geld uitgeven aan nutteloze zaken’, en dus van een ijdel, elitair en modieus tijdverdrijf, waarvan men de resultaten liever voor zichzelf houdt.

Verder kon hij zijn betoog echter niet voortzetten, want co-presentator Mart Smeets bleek zich vooral zorgen te maken over het feit dat Peer Mascini voor eeuwig het odium van Melkunie met zich meedraagt.

Kinderen die uit zo'n verboden verwantschap al waren geboren, kwamen daarmee gelijk te staan aan buitenechtelijk verwekte kinderen, aan welke het odium van infamia ("oneerbaarheid") kleefde.

Moonastray werd in 2002 alleen uitgebracht in Polen door Odium Records.