Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Oefentijd.

Oefentijd

Oefentijd betekenis

een periode die nodig is om iets te oefenen | de periode in iemands leven dat je kunt oefenen | de tijden die je behaalt tijdens het oefenen van iets

Voorbeeldzinnen (9)

Dat is inmiddels teruggebracht tot een half jaar effectieve oefentijd, dus rekening houdend met reces en de tijd die nodig is om verstoringen in de keten bij de release van nieuwe voorzieningen op te lossen.

Dat kan dus nog relatief kort op de daadwerkelijke invoering worden, maar volgens haar zal er hoe dan ook niet op de gemeentelijke oefentijd worden beknibbeld.

In de veertig dagen die we nu doormaken, krijgen we daartoe een extra oefentijd.

Met Aswoensdag beginnen we zo aan een ‘’, een tijd waar we Gods droom – een leven waar het goed is voor elke mens en voor al wat leeft – inoefenen, met de bedoeling dat die ‘oefentijd’ nog lang vrucht mag dragen.

Deze eerste zondag van de Veertigdagentijd gaan we een oefentijd binnen.

Temeer valt deze houding van depotsoldaten met een zoo korten oefentijd te loven.

In het plaatje staat de oefentijd tegen de leeftijd.

Zijn legerhervorming strandde echter, omdat de Tweede Kamer een kortere oefentijd wenste.

Voor de gesprekken worden opnamen vanuit de oefentijd gebruikt.