Op deze pagina vind je 10+ voorbeeldzinnen met Omkleden. Ontdek de betekenis, hoe je het woord correct gebruikt in een zin.
Omkleden betekenis
- zich ~ andere kleren aandoen
- met redenen ~: voorzien van deugdelijke argumentatie
- omhullen
Gebruik van Omkleden
- De belangrijkste betekenis op deze pagina is: zich ~ andere kleren aandoen | met redenen ~: voorzien van deugdelijke argumentatie | omhullen
- In het voorbeeldencorpus komt omkleden vaak voor in combinaties zoals: het omkleden, omkleden en, zich omkleden.
Context rond Omkleden
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 6.2 woorden
- Plaats in de zin: 0 begin, 3 midden, 17 einde
- Zinsoorten: 19 stellend, 1 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Omkleden
- In deze selectie staat "omkleden" meestal aan het einde van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 6.2 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral meteen, strand, snel en want op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "omkleden".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn en me omkleden en ik me omkleden. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "omkleden" dicht bij woorden als aanmaakt, acteert en adapters, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met omkleden
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Ik moet me omkleden. (4 woorden)
Je moet je omkleden. (4 woorden)
Ga je meteen omkleden. (4 woorden)
Als je me willen verontschuldigen, ik moet een douche nemen en me omkleden. (13 woorden)
Je moet je snel omkleden want we moeten al bijna. (10 woorden)
Zij moet zich omkleden voor het feest van vanavond. (9 woorden)
Waar kan ik me omkleden? (5 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Zij moet zich omkleden voor het feest van vanavond.
Tom is zich aan het omkleden.
Ik moet me omkleden.
Je moet je omkleden.
Ga je meteen omkleden.
Tom wil zich niet omkleden.
Ik moet me gaan omkleden.
Tom zal zich omkleden.
Ik zou me graag willen omkleden.
Yanni gaat zich omkleden.
Helaas kun je je nergens op het strand omkleden.
Ik moet gaan en me omkleden.
Ga jij je maar omkleden.
Ik kan me nu beter gaan omkleden.
Waar kan ik me omkleden?
Waar kan ik me omkleden.
Ja, en ik moet me omkleden.
Ik moet me omkleden voor de kerk.
Als je me willen verontschuldigen, ik moet een douche nemen en me omkleden.
Je moet je snel omkleden want we moeten al bijna.
Veelvoorkomende combinaties met omkleden
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- het omkleden 43×
- omkleden en 30×
- zich omkleden 14×
- omkleden voor 11×
- omkleden in 10×
- en omkleden 10×
- me omkleden 9×
- gaan omkleden 8×
- snel omkleden 7×
- kunnen omkleden 6×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "omkleden" in een zin?
Wat betekent "omkleden"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "omkleden" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl