Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Omroepverenigingen.

Omroepverenigingen

Omroepverenigingen | Omroepvereniging

Voorbeeldzinnen (20)

Omroepverenigingen De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kan eens in de vijf jaar aan omroepverenigingen erkenningen en voorlopige erkenningen verlenen.

En zoals de oude media omroepverenigingen hadden, zou je ook voor de nieuwe media willen dat ze een institutionele vorm krijgen die niet direct onder de staat valt, maar evenmin een winstoogmerk heeft.

Wij hebben in Nederland een uniek systeem van omroepverenigingen, die een zendmachtiging krijgen als ze iets toevoegen met een eigen geluid.

Daarvoor in de plaats kwam een federatie van omroepverenigingen, de Nederlandse Radio Unie.

De commissie wendde zich eerst tevergeefs tot de bestaande omroepverenigingen met het verzoek een uur zendtijd in de vier weken beschikbaar te stellen.

De vier grote omroepverenigingen zouden het luistergeld onder hun eigen leden gaan innen.

Er waren zodoende protestante, katholieke, socialistische en algemene omroepverenigingen, elk met een eigen studiogebouw.

In de jaren 1920 werden de eerste omroepverenigingen opgericht.

Om zendtijd te krijgen moeten omroepverenigingen ten minste 300.000 betalende leden hebben.

Organisaties die mogen uitzenden op de landelijke radio- en tv-zenders zijn de aangewezen taakomroepen, enkele (kerk)genootschappen en de zendgemachtigde omroepverenigingen.

Heel vroeger, toen het nog NOS Laat was, en er redacteuren van alle omroepverenigingen aan mee deden kon je nog wel eens verrast worden, maar dat is nu allang niet meer zo.

QUOTE Er zijn ook rechtse omroepverenigingen maar die werden geen van alle een doorslaand succes.

Ook andere producenten dan de omroepverenigingen mogen programma’s maken voor de publieke omroep.

Petuhr is een l*l met een mening, alle omroepverenigingen hebben ook een mening/signatuur.

Bovendien houden omroepverenigingen zich hier niet aan.

Als de invloed van de leden van omroepverenigingen steeds kleiner wordt, wordt ook steeds nijpender de vraag naar de legitimatie van al die televisiegrootheden met hun parmantige meningen.

Atsma meent dat de omroepvoorzitters nu de kans krijgen de eigenheid van hun vereniging hoorbaar en zichtbaar te maken: het zijn niet meer de programmamakers, maar de voorzitters die het gezicht van de omroepverenigingen zullen bepalen.

Beide partijen verzetten zich tegen de inrichting van het bestel langs de lijnen van de verzuiling, maar verkeken zich op de macht van de omroepverenigingen in Hilversum en hun verdedigers in Den Haag.

Dat was prima, en helemaal in de lijn van het CDA-verkiezingsprogramma dat luidt: ‘Het publieke bestel wordt gevoerd door omroepverenigingen en hun leden.

De Haagse politiek, jarenlang beschermheer van de uit de verzuiling overgebleven omroepverenigingen, begint zich steeds nadrukkelijker te realiseren dat het publieke bestel nodig aan hervorming toe is.