Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Onbezorgdheid.

Onbezorgdheid

Onbezorgdheid betekenis

onbekommering wegens iets dat al of niet zal of kan gebeuren

Synoniemen van Onbezorgdheid

Voorbeeldzinnen (15)

Maar voor sommigen is de tijd van onbezorgdheid alweer voorbij en roept de plicht weer.

Een periode die deels onbezorgdheid en onbevangenheid uitstraalt terwijl er ook aangepakt moest worden.

Ze hebben de luxe en onbezorgdheid om zich uitsluitend onledig te kunnen houden met het topje van die piramide: 'zelfrealisatie' (ikzelf gelukkig ook, hoor, haast ik me erbij te zeggen).

Niks nieuws, de tijd van onbezorgdheid is voorbij, vandaag begint de nieuwe weg naar morgen, net als gisteren.

Tuimelen daar eerst naar buiten: een zestal lachende jongens en meisjes, in de zichtbare roes van onbezorgdheid die alleen vrijbuiters en van examens verloste studenten vertonen.

Elk deel van deze symfonie sluit aan bij een thema in Tsjaikovski’s leven, respectievelijk het lot, zijn kindertijd, onbezorgdheid en Rusland.

De tijd van onbezorgdheid is inderdaad allang voorbij.

De tijd van onbezorgdheid lijkt steeds verder uit het zicht voor de makers van Goede Tijden, Slechte Tijden.

Eller monteert op slimme manier tussen de energieke onbezorgdheid en het losbandige gedrag een aantal sobere scènes waarin een aantal jongeren via een voice-over bekent hoe het zover heeft kunnen komen.

Maar de ernst van het bestaan wint het ruimschoots van vrolijke onbezorgdheid.

Dat had kunnen voorkomen dat dit meisje voor de rest van haar leven het gevoel van vrijheid en onbezorgdheid mist.

Dat nummer is voor mij nog steeds pure happiness, pure onbezorgdheid.

De onbezorgdheid van de populaire zanger is trouwens niet gespeeld.

De onbezorgdheid van de jongeren wordt aangetast en de ontreddering slaat keihard toe.

Haar leeftijd wil ze niet precies zeggen - voor een vrouw is dat onverstandig, bevestigde onlangs publieke-omroeppresentatrice Mieke van der Weij - maar de tijd van onbezorgdheid is voorbij.