Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Onderrand.

Onderrand

Onderrand | Onderranden

Onderrand betekenis

een onderste begrenzing van iets

Voorbeeldzinnen (20)

Bij basale soorten is de schacht overdwars afgeplat met een afgeronde bovenrand/onderrand en een scherpere onderrand/voorrand.

De onderrand van de praemaxilla is wat afhangend ten opzichte van de bolle onderrand van het bovenkaaksbeen of maxilla.

Zowel de bovenrand als de onderrand zijn vrij scherp; de onderrand heeft geen kam.

De binnenste voor-, achter- en onderrand zijn iets gezwollen; de achterste zwelling loopt uit in een beenplaat die in zijaanzicht een stijl vormt naar de onderrand toe.

De groeve in de onderrand voor de aanhechting van de Musculus caudofemoralis brevis is overdwars vrij smal: de breedte is minder dan anderhalf maal de dikte van de onderrand van de binnenwand op dit punt.

Haal het botte mes tien à vijftien keer schuin langs de onderrand.

Het borduurwerk rond hals en mouwen en onderrand heet reqma.

De perronoverkapping is volgens ProRail uniek omdat het dak een zogenoemde ‘sikkelspant’ bevat, een boogspant met gebogen onderrand.

Het enige verschil zit in de onderrand van de achterbumper, waardoor de uitlaat minder zichtbaar is.

Aan de onderrand hiervan ligt de spina nasalis anterior.

Aan de onderrand van dat gedeelte bevindt zich een ondiepe groeve.

Aan de voorste onderrand wordt het spleniale doorboord door een spleetvormig foramen voor de nervus mylohyoideus.

Anders dan bij alle andere bekende theropoden, steekt de onderrand verder naar voren uit, zodat de kin "scherp" wordt.

Beide corpora komen samen ter hoogte van de onderrand van het schaambeen.

Bij de praemaxilla, het voorste snuitbot, ligt de onderrand duidelijk onder de rand van het bovenkaaksbeen.

Bij de ruggenwervels vormt de bovenrand van de pleurocoel een opvallende richel die zijwaarts buiten de lijn van de onderrand van het wervellichaam uitsteekt.

Bij de "tweede generatie" Combino's voor andere steden is een licht gemodificeerd model kop toegepast, waarbij de onderrand van het voorste zijraam in een golfbeweging naar voren omhoog loopt en daardoor aansluit op de onderzijde van het frontvenster.

Bij de zon en de maan is deze niet goed vast te stellen en wordt de bovenrand, of bij voorkeur de onderrand gemeten.

Bij het jukbeen is het deel dat de onderrand vormt van de oogkas breder dan het deel dat de rand vormt van het onderste slaapvenster.

Bij T. rex is die rond en vrij hoog gelegen, bij Tarbosaurus een meer liggende ovaal aan de voorste onderrand van de uitholling.