Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Ongedoopte.
Ongedoopte
Voorbeeldzinnen (20)
Alles om te behoeden dat het zieltje in het voorgeborchte van de hel kwam, het lot van ongedoopte kinderen.
De opvatting van het voorgeborchte staat overigens, strikt theologisch, los van de vroeger bestaande gebruiken om ongedoopte kinderen anoniem en zonder grafsteen op een ongewijd stuk grond te begraven.
Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen als een protestantse huwelijkspartij die voorheen met een ongedoopte partij gehuwd was, voor de Katholieke Kerk wenst te huwen met een katholieke partner (en belooft de kinderen katholiek op te voeden).
In geval van nood mag iedereen, zelfs een ongedoopte, dopen.
Iedereen kreeg daar aanvankelijk een plaatsje, behalve zelfmoordenaars en ongedoopte kinderen.
Dwaallichtjes of ongedoopte kindjes die geen rust konden vinden en een witte hand achterlieten op de stalpoort bijvoorbeeld.
Ongedoopte kinderen zouden volgens de oude opvatting geen plaats in de hemel krijgen, omdat ze niet gedoopt waren en daarmee niet van de erfzonde verlost.
Daarbij hoorde de Liempdenaar dat het gebruikelijk was dat de vader het ongedoopte kindje wegbracht naar de begraafplaats.
Het christendom voegde daar later ook de zelfmoordenaars aan toe én de ongedoopte kinderen.
Hij zag namen van overleden en ongedoopte kinderen in de overlijdensaktes en werd nieuwsgierig.
Hij sprak: 'Want voor zodanigen (ongedoopte kinderen) is het Koninkrijk Gods’ (Marc.10:13-16).
Ten tweede gaat het in het betreffende hoofdstuk over Gods barmhartigheid tegenover ongedoopte kinderen.
Het zijn de zielen van ongedoopte kinderen.
Het probleem was het scherpst voor de ongedoopte kinderen die zelf nog niet hadden kunnen kiezen, omdat zij nog niet over de vrije wil konden beschikken.
Vaak bevindt zich de doopkapel bij de ingang, zodat een ongedoopte gedoopt kan worden alvorens de kerk binnen te gaan.
Vaak is dit naar aanleiding van het kerkelijk huwelijk tussen een gedoopte en een ongedoopte verloofde.
Varkenskop, paardenkont, slagershond, ongedoopte wenkbrauw, neuk je moeder.
Zo worden de Inuit door Kat "ongedoopte wilden" genoemd.
De ongedoopte keizer vond paus Silvester een sta in de weg voor zijn macht.
De ongedoopte kinderen blijven echter in de natuurlijk gelukzaligheid van het voorgeborchte (limbus), waar zij het volledig natuurlijk geluk genieten, maar niet God van aangezicht tot aangezicht aanschouwen kunnen.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl