Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Onnozel.

Onnozel

Onnozel betekenis

(ook van zaken) | onschuldig, (zonder seksuele ervaringen) | dwaas, naïef

Synoniemen van Onnozel

Voorbeeldzinnen (20)

Was onnozel, is onnozel, zal altijd onnozel blijven.

Mensen die onnozel genoeg zijn om die boeken te geloven, zijn ook onnozel genoeg om te denken dat verkrachting okay is.

Spellingwedstrijden zijn onnozel.

Hou op mijn briljante idee stuk te praten, dat is helemaal niet onnozel!

Als men een wenkbrauw optrekt, kan dit betekenen "ik wil seks met je hebben," maar ook "dat wat je net zei, vind ik volstrekt onnozel."

Tom is echt onnozel, nietwaar?

Tom is onnozel.

Je bent onnozel.

U bent onnozel.

Jullie zijn onnozel.

Hij is jong en onnozel.

En dan denk ik heel onnozel dat jij hetzelfde doet vanuit La Coruña dat je weer de wereld rondgaat en dat we elkaar halverwege ontmoeten.

Het klinkt onnozel, maar 't gaat me niet om 't geld.

En later hoorde ik hem bonzen, roken, onnozel doen.

Als hij jou nu kon horen, als een geest of zo, lacht hij zeker met hoe onnozel je klinkt.

Alleen wat onnozel en wezenloos volk denkt dat daar waarheden worden verkondigd.

De meesten vinden dat Courtois niet zo onnozel moet doen.

Een mooi tastbaar bewijs van een onnozel D66 maatregel.

Gaat er vooral om dat het allebei even onnozel en jankerig is.

Het begrip hansworst wordt nog wel eens gebruikt om een knullig, onnozel of een (zichzelf) belachelijk (makend) persoon mee aan te duiden.