Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Onpasselijk.

Onpasselijk

Onpasselijk betekenis

lijdend aan een tijdelijke aanval van misselijkheid en onwel voelen

Synoniemen van Onpasselijk

Voorbeeldzinnen (20)

Sinaasappels en mandarijnen maken me onpasselijk.

Als je beste spelers ziek zijn, dan speel je toch met zo'n defensieve opstelling dat Frankrijk daar helemaal onpasselijk van wordt.

Ik werd gisteren al onpasselijk toen Maurice het 200x achter elkaar zei.

Ik word altijd een beetje onpasselijk van vrouwen die het over afscheiding hebben.

Ik word altijd onpasselijk van de stomme agenten die het over een "uggel" hebben.

Ik word echt onpasselijk van die bezwete en bebloede lichamen van die wilde dieren.

Ik word intussen onpasselijk van al die wolvenverstehers, die vanaf de zijlijn wel even zullen vertellen wat anderen moeten doen.

Ik word onpasselijk van de reacties uit Den Haag, alleen Vijlbrief e.c. hebben compassie voor de Groningers.

Ja man, je wordt er onpasselijk van.

Je word er toch gewoon onpasselijk van.

Onpasselijk, dat is het juiste woord.

Alleen van dat accent word je al onpasselijk.

Geen idee welk communicatiebureau al die drammers gebruiken, maar wanneer ik de woorden 'samen' en 'met elkaar' hoor in de context van zo'n beetje elk maatschappelijk probleem, dan word ik fysiek onpasselijk.

Heel de zondag onpasselijk van dit verhaal.

Ik ben zelf homo, heb geen enkel probleem met transseksuelen, en word onpasselijk van het woke gedachtengoed.

Ik voelde me onpasselijk worden, heb niet voor niks geen een coronapersco gezien, en clickte weg.

Ik word wel een beetje onpasselijk van het zelfpijpende mannelijke ik ben blank dus racist zieligheidsverhaaltje hoor.

Man man wat wordt ik onpasselijk van die voorspelbare toonzetting.

Mijn hemel, zo achter elkaar gemonteerd en met de kennis van nu een filmpje om onpasselijk van te worden.

Om onpasselijk van te worden.