Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Onrustig.

Onrustig

Onrustig betekenis

niet rustig zijnde

Synoniemen van Onrustig

Voorbeeldzinnen (20)

De mens die meer oog (hart) voor de wereld heeft, zal onrustig blijven en uiteindelijk eeuwig onrustig zijn.

Er zijn constant vuurgevechten, wat ons onrustig maakt.

De man was zo onrustig dat de politie hem niet in de boeien kon slaan.

Tom is onrustig.

Maria's hart klopt onrustig.

Je bent de hele vlucht al onrustig.

Ik heb hem nog nooit zo onrustig gezien.

Al jaren kan het evenement in Liverpool op aanzwellende kritiek rekenen, maar dit jaar was het rond de gelijknamige hoofdrace wel erg onrustig.

Als een patiënt nog niet ziek genoeg is, nog eet en drinkt, kan een sedatie onrustig en onprettig verlopen.

Als ik te lang niets heb gevoeld, word ik onrustig.

Bestuurlijk is het onrustig bij PEC Zwolle.

Blijkbaar is het leven van de keelbandpinguïns uitzonderlijk onrustig.

Daarbij is het nog altijd onrustig in België.

Daar krijg je al die gedragsproblemen van: honden die onrustig zijn omdat ze niet weten waar ze aan toe zijn.

Daarna werd Nozem heel onrustig en zenuwachtig.

Daar was het volgens Lenferink erg onrustig en alleen door een stevige inzet van de politie kon worden voorkomen dat het daar uit de hand liep.

Dat is voor het overgrote deel van Syrië allang het geval; alleen in de provincie Idlib is het nog onrustig, want daar zitten nog rebellengroeperingen en wordt dus nog wel af en toe gevochten.

Dat kan ook onrustig overkomen, dus mocht je maar af en toe de behoefte hebben om de secondewijzer te zien, dan kun je ook de Klok-app openen en naar het overzicht van wereldklokken gaan.

Dat maakt het personeel onrustig en dan gaan ze andere banen zoeken en dat zou weer voor een groot probleem zorgen rond de hartafwijkingszorg.

Dat partijen vaak hard worden afgerekend op een bestuursperiode na jaren van oppositie voeren, maakt Roijackers niet onrustig.