Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Onschuld.

Onschuld betekenis

de staat waarin iemand geen kwaad gedaan heeft | het argeloos of naïef zijn

Synoniemen van Onschuld

Voorbeeldzinnen (20)

Hij betreurt dat zijn vermoeden van onschuld niet lijkt te worden gerespecteerd en schreeuwt zijn onschuld uit.

Beide geilen op de onschuld en spelen de vermoorde onschuld.

Als er zoiets is als witte onschuld is er ook zoiets als zwarte onschuld.

De rechtbank liet zich volgens hem niet uit over schuld of onschuld van Gijsen, maar constateert dat het geen gemakkelijke zaak zal zijn om het bewijs voor onschuld te leveren, aldus Smeets.

De twee aanvallers van Barcelona maakten zonder veel medelijden… De dag dat de sport zijn onschuld verloorDe dag dat terroristen in Parijs een ticket voor een voetbalwedstrijd kochten, verloor de sport zijn onschuld.

De onschuld van het Lam Gods, denk ik er dan achteraan, want op deze wijze raken we verstrikt in de christelijke paradox van de verloren onschuld die hervonden moet worden.

Er is reden genoeg om… Guyana wast handen in onschuld in zaak Khan PARAMARIBO, 22 jun – Guyana wast liever de handen in onschuld als het gaat om drugsverdachte Shaheed Khan.

Er zit onschuld in iedereen, maar er schuilt ook onschuld in het proces van verdwaling, in het kwijtraken van de weg.

Ze hebben kleur bekend en zijn niet alleen on onschuld kwijt geraakt en ook kwakoe is haar onschuld kwijt geraakt.

Wie kennis heeft, heeft de onschuld verloren en wie niets weet kan altijd nog de vermoorde onschuld uithangen.

Onschuld is een schone zaak.

Dit feit bewijst haar onschuld.

Hij heeft mij overtuigd van zijn onschuld.

Eerst waren ze allemaal overtuigd van zijn onschuld.

Hij waste zijn handen in onschuld.

Ik was mijn handen in onschuld.

Hij bevestigde zijn onschuld.

Ze hield haar onschuld staande.

Toen hij vroeg wie het raam had gebroken, hulden de jongens zich onschuld.

Onschuld is iets moois.