Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Ontroerends.

Ontroerends

Voorbeeldzinnen (15)

Er zit iets ontroerends in het onaffe van deze plechtigheid, het smeren van de kelen in een parochiezaaltje.

Het heeft iets ontroerends om Juf Ank in haar eentje aan de ontbijttafel te zien zitten en vervolgens de fiets naar basisschool De Klimop te zien pakken.

Er is iets beangstigends en tegelijk iets ontroerends in de ontmoeting van deze twee mannen.

Het heeft iets ontroerends.

Het heeft iets ontroerends om te zien hoe men zich in de provincie krampachtig verzet tegen de modernisering.

Zijn vocale breekbaarheid, gecombineerd met zijn wil om toch te zingen, toch op te treden, gaf het optredens juist iets ontroerends.

Dat 'ondanks alles'-gehalte zou iets ontroerends hebben, als het maar niet zo geldverslindend zielig was.

Het verbaast mij nog altijd, maar er gebeurt steeds weer iets muzikaal geniaals of ontroerends op zo’n avond.

Ooit was er nog een tijd dat wensdenken iets ontroerends had.

Daar zit iets ontroerends in.

Dat deze muziekliefhebbers moeite doen om je daarvan te overtuigen, heeft iets ontroerends.

Het had ook iets ontroerends: drie oude, kalende mannen die hun leven ten dienste van de jazz hadden gesteld, en daar zelfs in de herfst van hun dagen nog zichtbaar van genoten.

Emily Kocken maakte van haar roman ‘De kuur’ iets geestigs en ontroerends, en toch ook iets ondoorgrondelijks.

De "grumpy old man" had iets ontroerends over zich.

En ik herinner me dat ze iets heel ontroerends tegen me zei, ze zei : ‘Ik kan me herinneren dat ik in de metro stapte en naar mijn werk ging’, ze werkt op een advocatenkantoor.