Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Onverschilliger.

Onverschilliger

Voorbeeldzinnen (10)

De praktijk heeft uitgewezen dat hoe drukker ons land bevolkt wordt, hoe onverschilliger men tegenover elkaar gaat staan.

Verdere analyse liet zien dat de gescheiden ouders door hun kinderen ook als minder zorgzaam en onverschilliger worden beschouwd.

Maar dat het er harder en onverschilliger op wordt is wel duidelijk.

Er is geen enkel bewijs dat rechtse mensen in hun eigen leven onverschilliger en egoïstischer zijn.

Rechts is toch altijd wat onverschilliger en egoïstischer.

Een duidelijke trend is zichtbaar met betrekking tot de discussie rondom (Zwarte) Piet: men wordt onverschilliger.

Kinderen zouden niet alleen tv-geweld imiteren, maar ook onverschilliger worden voor echt geweld.

Mannelijke managers staan onverschilliger tegenover het regeringsbeleid (35%) dan vrouwelijke (18%). 63% vindt het beleid slecht voor de economie, terwijl 13% de investeringen in zorg en onderwijs buitenproportioneel vindt.

Onverschilliger kan het al niet.

Die maken de vrouw onverschilliger voor de pijn en bereiden haar voor op het moederschap.