Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Opbellen.

Opbellen

Opbellen | Opbeller

Opbellen betekenis

iemand ~: iemand telefonisch proberen te bereiken

Synoniemen van Opbellen

Voorbeeldzinnen (20)

Wilt ge een dokter opbellen alstublieft?

Ik zal je schrijven of volgende week opbellen.

Ge zoudt uw ouders minstens eens per maand moeten opbellen.

Ik wil hem opbellen. Heb jij zijn nummer?

Laat mij mijn advocaat opbellen.

Ik denk dat je Tom moet opbellen.

Is er iemand die ik voor je kan opbellen?

Ik moet mijn ouders opbellen en ze vertellen dat ik laat zal zijn voor het avondeten.

We zullen onze stiefmoeder opbellen.

Zal ik een ambulance opbellen?

Moeten we hem opbellen?

Moeten we haar opbellen?

Ik zal u opbellen mits ik tijd heb.

Ik wil mijn zoon opbellen.

Ik zal je opbellen als ik klaar ben met inkopen.

Mag ik mijn vriend in Japan opbellen?

Je gaat je schoonmoeder opbellen.

Ik zou ze eens moeten opbellen.

Laten we hem nu opbellen.

Ik zal je vanmiddag laten opbellen.