Opbellen is een Nederlands woord met synoniemen als bellen of aanbellen. Hieronder vind je 10+ voorbeeldzinnen die laten zien hoe het in de praktijk wordt gebruikt.
Opbellen betekenis
iemand ~: iemand telefonisch proberen te bereiken
Gebruik van Opbellen
- De belangrijkste betekenis op deze pagina is: iemand ~: iemand telefonisch proberen te bereiken
- Vergelijkbare woorden zijn onder meer: bellen, aanbellen.
- In het voorbeeldencorpus komt opbellen vaak voor in combinaties zoals: opbellen om, opbellen en, het opbellen.
Context rond Opbellen
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 7 woorden
- Plaats in de zin: 0 begin, 4 midden, 16 einde
- Zinsoorten: 13 stellend, 7 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Opbellen
- In deze selectie staat "opbellen" meestal aan het einde van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 7 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral dokter, week, advocaat, alstublieft, heb en mits op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "opbellen".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn een ambulance opbellen en een dokter opbellen alstublieft. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "opbellen" dicht bij woorden als aangevangen, aanhield en aartsengel, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met opbellen
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Moeten we hem opbellen? (4 woorden)
Moeten we haar opbellen? (4 woorden)
Laat mij mijn advocaat opbellen. (5 woorden)
Ik moet mijn ouders opbellen en ze vertellen dat ik laat zal zijn voor het avondeten. (16 woorden)
Ge zoudt uw ouders minstens eens per maand moeten opbellen. (10 woorden)
Ik zal je opbellen als ik klaar ben met inkopen. (10 woorden)
Wilt ge een dokter opbellen alstublieft? (6 woorden)
Ik wil hem opbellen. Heb jij zijn nummer? (8 woorden)
Is er iemand die ik voor je kan opbellen? (9 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Wilt ge een dokter opbellen alstublieft?
Ik zal je schrijven of volgende week opbellen.
Ge zoudt uw ouders minstens eens per maand moeten opbellen.
Ik wil hem opbellen. Heb jij zijn nummer?
Laat mij mijn advocaat opbellen.
Ik denk dat je Tom moet opbellen.
Is er iemand die ik voor je kan opbellen?
Ik moet mijn ouders opbellen en ze vertellen dat ik laat zal zijn voor het avondeten.
We zullen onze stiefmoeder opbellen.
Zal ik een ambulance opbellen?
Moeten we hem opbellen?
Moeten we haar opbellen?
Ik zal u opbellen mits ik tijd heb.
Ik wil mijn zoon opbellen.
Ik zal je opbellen als ik klaar ben met inkopen.
Mag ik mijn vriend in Japan opbellen?
Je gaat je schoonmoeder opbellen.
Ik zou ze eens moeten opbellen.
Laten we hem nu opbellen.
Ik zal je vanmiddag laten opbellen.
Veelvoorkomende combinaties met opbellen
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- opbellen om 25×
- opbellen en 24×
- het opbellen 8×
- opbellen van 5×
- opbellen of 5×
- hem opbellen 4×
- moet opbellen 4×
- kan opbellen 4×
- zal opbellen 4×
- opbellen als 4×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "opbellen" in een zin?
Wat betekent "opbellen"?
Wat zijn synoniemen van "opbellen"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "opbellen" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl