Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Opdraaide.
Voorbeeldzinnen (20)
De vrouw werd op het fietspad omvergereden door een Nederlandse auto die vanop de N118 in volle vaart de E34 richting Eindhoven opdraaide.
Het ging mis toen de bestuurder van een personenauto rond 17.00 uur vanaf de Puurveenseweg de Valkseweg opdraaide en daarbij een bestelbus te laat zag, die vanuit de richting De Valk/Wekerom aan kwam rijden.
Politie-eenheden hebben de achtervolging gestaakt toen de auto in tegengestelde richting de snelweg opdraaide.
Die wet zorgde er – kort gezegd – voor dat de rijksoverheid niet langer in haar eentje opdraaide voor de kosten van de bijstand.
Met loeiende sirenes achter zich, reed de verdachte richting de Kempenbaan waar hij de A58 opdraaide.
Een auto die ter hoogte van Basic Fit de gewestweg opdraaide, werd geraakt door een vrachtwagen.
Een automobiliste die rond 02.30 uur vanaf de Tolnegenweg de Welgelegenweg opdraaide, trof de man aan.
Voor de overheid was dit een dure prijs voor het beëindigen van een situatie waarin ze opdraaide voor de verliezen in de staalproductie zonder te delen in de winsten bij de (exclusieve) commercialisering.
De motorrijder kon de auto niet meer omzeilen, toen die de weg opdraaide.
Het lijkt er op dat een van beide auto's vanaf een oprit de N331 opdraaide en richting de Zwartewaterbrug wilde rijden.
Volgens getuigen trok hij juist op toen er vanaf de Frieslandlaan een personenauto de Groningenlaan opdraaide.
Nadat de maatschappij opdraaide voor de (financiële) crisis, is het nu zaak voor de financiële sector om vertrouwen uit te stralen.
De Duitser reed voor Verstappen toen die het lange rechte stuk opdraaide om aan zijn ultieme slotronde te beginnen.
De handige Harry uit Rotterdam liet weten zich niet er bewust van te zijn dat een ander opdraaide voor zijn boetes.
Zo ook vandaag aan het eind van de middag, toen een automobilist die vanaf de Ceintuurbaan de rotonde opdraaide een fietser schepte.
De 56-jarige vrouw had de fietser niet gezien toen ze met haar auto de parkeerplaats van een supermarkt in Steenwijk opdraaide.
Het journaal klonk toen hij de parkeerplaats opdraaide.
Toen hij weer de weg opdraaide, kwam hij in botsing met een vrouw uit Begijnendijk.
De bestuurder besloot daarom om er bij Zuidwolde af te gaan maar net toen hij de carpoolplaats aan de Oosterweg opdraaide begon de auto hevig te roken.
De familie van de bruidegom zal het niet graag horen maar de tijd dat de vader van de bruid opdraaide voor de festiviteiten is verleden tijd.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl