Voorbeeldzinnen (11)
De Astra heet ‘het Opeltje’, maar dat is niet als naam in de zin zoals hier bedoeld te kwalificeren, lijkt me.
Wrang ook dat nu de zwarte piet wordt toegeschoven aan de sloeber in z'n opeltje, HIJ is de grote vervuiler, de klimaatterrorist omdat hij destijds geen Tesla heeft gekocht.
Ging van een Opeltje naar een Range Rover.
Niet in een grauwe Vinex-wijk met een Opeltje voor de deur en Saskia Noort in de boekenkast.
Zielig voor die Maserati ten opzichte van dat Opeltje ofzo.
Dat allemaal door zo’n suf Opeltje te kopen.
En Jan met de Pet mag het gaan betalen via belasting op z’n overjarige Opeltje.
Als een kamerlid in een opeltje rijdt vraagt iedereen zich af waarom hij geen audi heeft, maar een horloge voor de prijs van een dure fiets veroorzaakt ophef.
Maar vermoed, dat er de nodige bewoners een rolberoerte zouden krijgen als één van die plekken bewoond zou gaan worden door m’n oude Opeltje.
Mooi ritje voor/met het Opeltje.
Voor haar huis, aan de Talmastraat, stond haar oude Opeltje donderdagochtend met vier lek gestoken banden.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl