Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Operanden.

Operanden

Operanden | Operand

Voorbeeldzinnen (13)

Net als bij "echte" machinetaal bestaat een bytecode-instructie uit een opcode en een aantal argumenten, de operanden, waarbij het aantal operanden en hun lengte afhangt van de opcode.

Bij tweeplaatsige operaties wordt de operator gewoonlijk tussen de operanden in geschreven.

Deze operatie wordt doorgaans als tweeplaatsige operatie gedefinieerd en de gebruikelijke operator + wordt normaal gesproken dan ook tussen de operanden in geschreven.

Een instructie die door een computer wordt uitgevoerd, bestaat meestal uit twee delen: de opcode en de operanden.

In sommige programmeertalen wordt het type van het resultaat geheel bepaald door de bewerking en de typen van de operanden, soms ook door hun waarden.

Operaties kunnen betrekking hebben op één of meer operanden.

De assembleertaal van de IBM 360 vermeldt de operanden als regel in dezelfde volgorde als in de machine-instructie.

De waarden die gecombineerd worden worden operanden, argumenten, of inputparameters genoemd, de geproduceerde waarde wordt de waarde, het resultaat, of de outputparameter.

Er zijn verschillende soorten instructies: *machine-instructies die worden vertaald naar opcodes met eventuele operanden van de uiteindelijke machinecode.

Het is-niet-gelijk-aan-teken of ongelijkheidsteken is het wiskundige symbool ≠, dat aangeeft dat de twee operanden aan weerszijden van het symbool niet gelijk zijn aan elkaar.

In dat geval wordt een van de operanden negatief gemaakt alvorens deze op te tellen.

In veel programmeertalen is concatenatie een binaire operatie die wordt uitgevoerd door een operator tussen beide strings (de operanden ) te zetten.

Verder is in de instructie de lengte van de operanden opgenomen.