Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Opkijk.

Opkijk

Voorbeeldzinnen (15)

Dat ik hier niet eens meer van opkijk, zegt eigenlijk wel genoeg.

Waar ik wel van opkijk, is dat 'we' van de € 500 biljetten af moeten, want criminelen gebruiken dat.

Het trieste is dat ik hier helemaal niet meer van opkijk.

Libeer is een pianist naar wie ik erg opkijk.

En een man waar ik nu nog steeds naar opkijk.

Als je de verkeerde kant opkijk zie je niks.

Dat ging met de FX procs al niet geweldig en dat was puur CPU, en AMD laat met Polaris vooralsnog geen efficiency slagen zien waar ik van opkijk - mid range zit nog altijd op de 150-160watt en die heb je niet graag in je socket erbij.

Ik merk dat ik opkijk zodra ik een andere blanke zie en met mijn ogen probeer contact te maken.

Telkens als ik opkijk, verbeeld ik me dat ik iemand uit een van de bovenramen kan zien gluren.

Als ik opkijk, zie ik iemands kruis.

Of ik opkijk tegen de bergen?

Soms kijk ik op de klok, het is één uur, ik eet een boterhammetje, en als ik weer opkijk is het ineens vijf uur.

Als ik opkijk zie ik Hermans aan een tafel lezen.

Een als ik weer opkijk, staat er opeens een fietser naast de tent.

Ik vind het bijzonder spijtig dat ik bij de vorige ontmoeting niet aanwezig kon zijn, zodat velen van u voor mij nog onbekenden zijn en ik voor u. Als ik zo naar de helft van u, aanwezigen, kijk, is het alsof ik naar een oudere zuster opkijk.