Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Opklonk.

Opklonk

Opklonk | Opklonken

Voorbeeldzinnen (8)

Er was ooit ook een moment dat er geluid opklonk in het land dat er vraag was naar een sterke arm, en zelfs werd er op gezinspeeld dat leiderschap onder een alleenheerser wel eens wenselijk zou kunnen zijn.

Menig passant kon dan ook op zondagen worden verrast door de trage, zware kerkzang van de vissers ter zee welke opklonk uit de visserswoningen in de Noordzeedorpen en de haringsteden.

Er was commentaar op mensen die in korte broek langs de weg stonden waarlangs de slachtoffers werden vervoerd, en op het applaus dat opklonk vanaf viaducten.

Zo schaarde het feminisme zich ogenschijnlijk eendrachtig onder extreme parolen waarover alleen binnenskamers wel eens twijfel opklonk.

Maar ik moest dit gewoon doen'', zei hij voor een klaterend applaus en gejuich voor hem opklonk.

Eerst een geweldig gebulder dat uit de diepste diepte opklonk, vervolgens stenen, grote en kleinere, die met duizenden tegelijk de lucht in geslingerd werden, gehuld in wolken van as.

Deze mensen raakten - toen de Muzen ter wereld kwamen en er voor het eerst gezang opklonk - zo buiten zichzelf van genot dat zij, al maar zingend, eten en drinken vergaten en tenslotte stierven zonder dat zelf te merken.

Humayun liep de bovenste trap af met een stapel boeken in zijn armen, toen de muezzin (gebedsoproep) van de nabijgelegen moskee opklonk.