Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Opscheppen.

Opscheppen

Opscheppen betekenis

voedsel uit een schaal of pan op een bord doen | aangedikte beweringen doen, iets veel groter/indrukwekkender voorstellen dan het eigenlijk is (met als doel de eigen roem te vergroten)

Synoniemen van Opscheppen

Voorbeeldzinnen (20)

Stop met opscheppen.

Stop met opscheppen!

Tom was aan het opscheppen.

Hij is altijd aan het opscheppen over hoeveel geld hij verdient.

Ben je aan het klagen of aan het opscheppen?

Ik wil niet opscheppen, maar iemand heeft stadium acht gehaald.

Iedereen zou opscheppen over een rijke erfgenaam, maar niet Virginia.

Ze hoorden Katie tegen me opscheppen over haar vriendje.

Ik ga opscheppen over jou?

Eén eenzame, naïeve man die dolgraag wil opscheppen... en een vrouw die slim genoeg is om hem zich speciaal te laten voelen.

Tegen wie moet-ie anders opscheppen?

Bij het diner zijn er geen chefs meer die hem tot op de gram voorschotelen wat hij moet eten, maar vertelt een voedingsdeskundige hoeveel pasta hij moet opscheppen van het buffet.

De enige reden dat die isis-hoer is veroordeeld, is omdat ze over die daad had lopen opscheppen tegen een Turkse taxichauffeur.

De faalangsttraining is bedoeld voor kinderen met een laag zelfbeeld, die zichzelf overschreeuwen, of juist opscheppen.

De goed gevulde zaal lacht en klapt hard mee bij onderwerpen als tikkies sturen, opscheppen over hoe goedkoop de wijn is, alles in de agenda zetten, en fietsen.

Domme mensen denken dat anoniem opscheppen slim lijkt.

Iedereen weer naar het werk en naar school, lekker opscheppen over de belevenissen van het afgelopen weekeinde.

Mannen die opscheppen, bijvoorbeeld, maar er dan niks van bakken.

Opscheppen in een mooi bord, nog even wat fijngesneden prei als garnering en dan een foto.

Speelde in vroeger dagen in het eerste van Milaan - hoor je hem niet over, terwijl een ander daar denk ik toch over zou opscheppen.