Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Opschieten.
Opschieten betekenis
haast maken | vorderingen maken | een touw of kabel oprollen
Voorbeeldzinnen (20)
Ik kan goed met hem opschieten.
Hij was zo iemand waarmee je makkelijk goed kon opschieten.
Kun je goed opschieten met je nieuwe klasgenoten?
Hij kan met niemand opschieten in het kantoor.
Laten we opschieten om de bus te halen.
Ik kan niet met hem opschieten.
Je kan maar beter opschieten, of je mist de trein.
Vind wederzijdse belangen, en jullie zullen goed met elkaar kunnen opschieten.
Kom op, opschieten.
Ik kon altijd goed opschieten met Tom.
Hij kan met niemand op kantoor opschieten.
We moeten opschieten als we op tijd bij het station willen aankomen.
Laten we opschieten!
We kunnen beter opschieten.
We moeten opschieten, anders zullen de winkels sluiten.
Kun je goed opschieten met je baas?
Ik kan erg goed opschieten met mijn schoonmoeder.
Ik moet opschieten!
We moeten opschieten.
Je moet opschieten want de banken gaan binnenkort sluiten.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl