Hoe gebruik je Opschieten in een zin? Bekijk 10+ voorbeeldzinnen die tonen hoe dit woord in verschillende contexten voorkomt, plus de exacte betekenis.
Opschieten in een zin
Gerelateerde woorden
Opschieten betekenis
- haast maken
- vorderingen maken
- een touw of kabel oprollen
Gebruik van Opschieten
- De belangrijkste betekenis op deze pagina is: haast maken | vorderingen maken | een touw of kabel oprollen
- In het voorbeeldencorpus komt opschieten vaak voor in combinaties zoals: opschieten met, goed opschieten, mee opschieten.
Context rond Opschieten
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 7.4 woorden
- Plaats in de zin: 4 begin, 9 midden, 7 einde
- Zinsoorten: 17 stellend, 2 vragen, 1 uitroepen
Corpusanalyse van Opschieten
- In deze selectie staat "opschieten" meestal in het midden van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 7.4 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral niemand, kantoor, alsjeblieft en want op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "opschieten".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn je goed opschieten met je en met hem opschieten. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "opschieten" dicht bij woorden als autobouwer, faalde en ferme, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met opschieten
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Laten we opschieten! (3 woorden)
We moeten opschieten. (3 woorden)
We kunnen beter opschieten. (4 woorden)
We moeten opschieten als we op tijd bij het station willen aankomen. (12 woorden)
Vind wederzijdse belangen, en jullie zullen goed met elkaar kunnen opschieten. (11 woorden)
Hij was zo iemand waarmee je makkelijk goed kon opschieten. (10 woorden)
Kun je goed opschieten met je nieuwe klasgenoten? (8 woorden)
Kun je goed opschieten met je baas? (7 woorden)
Laten we opschieten! (3 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Ik kan goed met hem opschieten.
Hij was zo iemand waarmee je makkelijk goed kon opschieten.
Kun je goed opschieten met je nieuwe klasgenoten?
Hij kan met niemand opschieten in het kantoor.
Laten we opschieten om de bus te halen.
Ik kan niet met hem opschieten.
Je kan maar beter opschieten, of je mist de trein.
Vind wederzijdse belangen, en jullie zullen goed met elkaar kunnen opschieten.
Ik kon altijd goed opschieten met Tom.
Hij kan met niemand op kantoor opschieten.
We moeten opschieten als we op tijd bij het station willen aankomen.
Laten we opschieten!
We kunnen beter opschieten.
We moeten opschieten, anders zullen de winkels sluiten.
Kun je goed opschieten met je baas?
Ik kan erg goed opschieten met mijn schoonmoeder.
We moeten opschieten.
Je moet opschieten want de banken gaan binnenkort sluiten.
Kun je alsjeblieft opschieten.
Ik kan goed opschieten met mijn jongere broer.
Veelvoorkomende combinaties met opschieten
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "opschieten" in een zin?
Wat betekent "opschieten"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "opschieten" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl