Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Optrekken.

Optrekken

Optrekken betekenis

door trekken iets naar boven halen | zich naar een bepaald doel toe bewegen, meestal ten aanval | op snelheid komen

Voorbeeldzinnen (20)

Als de auto gaat optrekken wordt de poelie samengeknepen waardoor de ketting verder van de as komt te liggen en de tweede poelie sneller gaat draaien wat resulteert in optrekken van de auto.

In z'n 1, optrekken, remmen, optrekken, remmen.

Als je steeds een x aantal massa van 0 naar bv 50kmph moet laten optrekken en weer remmen en weer optrekken ect, vraagt een hoop van de electro motor.

Of vergelijk het met in de stad rijden, optrekken remmen, optrekken remmen.

Optrekken naar Rijswijk, tot aan de Naald, Optrekken naar de Keizerin, en de groet brengen op de Tjalk.

Maria kan zich tien keer optrekken.

Onmiddellijk krachtvelden optrekken op dekken 34, 35 en 36.

Ik moet de handrem vergeten optrekken hebben.

Oké, misschien kunnen we samen optrekken dan.

Ik heb snel muren zien optrekken, maar nooit zó snel, en waar je ook mee bezig bent, het is kennelijk iets groots, en ik denk, erg gevaarlijk.

Ja, je zou met ons moeten optrekken.

Herot kan nu optrekken naar onze poorten.

Maar ze zijn toch alleen maar vrienden, dus wat maakt het uit als we samen optrekken als ze toch maar vrienden zijn?

Waarom wil je zoveel met me optrekken?

Af en toe bij het optrekken doe ik hem open.

Allemaal dingen waar we de neus voor optrekken, maar noodzakelijk in de nieuwe geopolitieke wereld waarin we geraken, willen we ons welvaartsniveau op peil houden.

Als de Europese Centrale Bank (ECB) de depositorente blijft optrekken, kan de spaarrente volgens de KBC-baas wellicht omhoog.

Als het lichaam een signaal geeft dat het teveel wordt moet je er absoluut naar luisteren en de handrem even optrekken.

Als je niet ver voor je uit kijkt moet je vaker remmen en daarna weer optrekken.

Als jij afremt voor een bocht, weet de auto dat je daarna op volle kracht wil optrekken.