Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Opvliegend.

Opvliegend

Opvliegend betekenis

driftig, prikkelbaar

Voorbeeldzinnen (20)

Je bent opvliegend.

U bent opvliegend.

Jullie zijn opvliegend.

Hij is nogal opvliegend, nietwaar?

Hij is soms wat opvliegend, maar we zijn goede vrienden.

In het asielcentrum van Broechem omschrijven medebewoners hem als opvliegend.

Wanneer dan de vraag langskomt wie je zou willen zijn, zou het kunnen dat je niet meer onaardig, lui of opvliegend wilt zijn.

Het werd geen erg gelukkig huwelijk, mede doordat zowel Willem III als zijn vrouw nogal impulsief en opvliegend van karakter waren.

De slijtage zou mogelijk veroorzaakt zijn door opvliegend gruis.

IQ niet groter dan z'n schoenmaat en opvliegend van karakter.

Misschien heb je een opvliegend karakter?

Donald Duck is dom, opvliegend, heeft een grote bek en alles wat hij doet gaat fout, een complete loser.

Ergerdan is trouwens een opvliegend tapijt.

Gedroegen ze zich allebei even opvliegend?

Kwam ik thuis, dan was ik nog altijd prikkelbaar en opvliegend.

T. kon nogal opvliegend zijn, en zeer eigenzinnig („his way or the highway”).

Desalniettemin heeft ze ook een erg opvliegend karakter en is nergens bang voor, integendeel, ze zoekt de confrontatie vaak zelf op.

Er werd echter gespeculeerd dat Melvin was gekozen omdat hij nieuw was en lang niet zo opvliegend als Piniella en daardoor makkelijker te controleren was door het management en het bestuur.

Hij leert doorheen het toneelstuk om zijn opvliegend temperament in toom te houden en uiteindelijk de hemel te doen opklaren door de storm (Tempest), die de eerste manifestatie was van zijn woede.

Hij staat bekend om een opvliegend karakter.