Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Opvreter.
Opvreter betekenis
iemand die op kosten van een ander leeft, profiteur, parasiet, klaploper, uitvreter | iemand die zijn gevoelens niet uit en zich dus opvreet van bijvoorbeeld woede, binnenvetter
Voorbeeldzinnen (15)
Aan het geklieder kan je zien dat deze figuur écht hélemaal niets kan, totaal overbodige opvreter.
Buiten het zwaaien naar kwijlende bejaarden is dit zo ongeveer het enige "werk" wat die opvreter verricht dit jaar.
Kanibalisme is goedkoper (zeker als je een opvreter neemt die zelf niets bijdraagt aan de maatschappij.
Niettemin is er geen woord van gelogen, en "weer een opvreter dood" als kop is ook weer zo wat.
Voor elke ware vluchteling gaat er een opvreter uit.
Ach wat zou het, het zou mij niet verbazen als het alsnog een gekleurde opvreter blijkt te zijn.
Dadelijk moet ik 'm de kost ook nog geven, de opvreter.
Maar nee. een grote bek maar zelf netto opvreter zijn en laf wegkijken als het om betalen gaat kunnen ze wel.
Dan noemt men u een opvreter.
De gemeente Dramsterdam heeft maar 1prioriteit: faciliteer de buitenlandse opvreter waar het kan, koste wat het kost.
Jij zal ook wel zo uit en opvreter zijn dat je zo vecht om Ze hier heen binnen te halen.
Wilders moet eens roepen dat 93% opvreter is.
Hij is een charlatan, een toneelspeler, een opvreter en een kontelikker.
Ga werken, dan kun je je eigen vreten betalen, zijn wij weer van een opvreter verlost!
Linksmensch, ach onze slinkse opvreter ook weer van de partij.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl