Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Opziener.

Opziener

Opziener | Opzien | Opzieners

Opziener betekenis

iemand die toezicht houdt

Synoniemen van Opziener

Voorbeeldzinnen (20)

Door ons geloven de Mintakanen nu in de Opziener.

Als hij het naar de mening van de opziener niet snel genoeg deed, kreeg hij de vruchten naar zijn hoofd gegooid.

Ook niet mals was wat Wybrants in 1915 in Het Nieuws van den Dag noteerde: “De Inlander is een slecht en wreed koetsier, een slordig werkman, een koppig achterlijk landbouwer, een lui opziener, een onverschillig ondergeschikte, een hard meester.

De twee oudste ambten zijn eigenlijk die van opziener en diaken.

De Duitse militairen, de rector, de beheerder-opziener van de universiteit, de decanen en de professoren zijn samen te zien op de eretrap van de Aula.

Rijnland benoemde hem op verzoek van Brunings in november 1796 tot adjunct-generaal-opziener.

Naast materiaalman was hij ook opziener van het terrein en terreinbeheerder.

De President opent de vergadering en maakt de raad kennelijk een bij hem ingekomen aanklagt tegen de weezen wegens weerspannigheid en verzetting tegen hun opziener onder wiens toezigt zij werkzaam waren.

Door den President werd aan de raad kennelijk gemaakt dat de Wees op den 1e dezer had gepoogd uit de koloniën te ontvluchten, doch door een opziener bij den veldarbeid hier in was verhinderd geworden als zijnde door hem achterhaald en terug gebragt.

Onderstaande brief is geschreven door Johan Hendrik Geraets, opziener der scholen in de koloniën.

Opziener, waar is uw plaats in de Loge?

Opziener, wie zijn de voornaamste Officieren in de Loge?

Dit "aangepaste" sprookje vertelt niet hoe het gelaat van de "opziener" er uit zag toen hij de broden ontdekte.

Een opziener mag niet verslaafd zijn aan de wijn.

Over de vrouw van de opziener wordt hier niet gerept.

De toenmalige districtsapostel E. Buchner, opziener G. Rockenfelder en districtsevangelist F. Bischoff van de Nieuw-apostolische kerk (NAK) werden daarom in Saarland tot ongewenste personen verklaard.

In 1778 werd hij lid van de vrijmetselaarsloge La Bienfaisante waarvan hij in 1783 eerste opziener was.

Leven Zijn vader, Adolf Heinrich Grabbe, is opziener in een tuchthuis te Detmold, en Grabbe wordt in dat tuchthuis geboren.

Na het overlijden van apostel Ossebaar in 1991 werd hij in deze hoedanigheid opgevolgd door de opziener van de Amsterdamse gemeente, B. van den Bosch.

De ambtsbedieningen van 'engel' (opziener) en 'oudste', zoals die nog wel onder apostel Schwartz († 1895 ) bestonden, ontbreken in deze structuur.