Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Orerend.

Orerend

Orerend | Orerende

Voorbeeldzinnen (8)

En dan toch zo vaak orerend op tv verschijnen.

Zeker niet wanneer de strijdoproep verpakte in een quote - incluis puberale beeldspraak -, van een hedonistisch, in raadselen orerend misbaksel als u afkomstig is.

Orerend in een huis vol gelovigen.

Tegelijkertijd dwingt hij bewondering af, de fragiele Fischer, de rode verf nog in zijn haar, almaar door orerend tegen een muur van gefluit en boegeroep.

Joep Onderdelinden komt al zingend, dansend en orerend aan op de helft van zijn leven want ja, hij is veertig!

Soms is hij kruipend afgebeeld, als in wanhoop, met handen klauwend in de aarde, soms fier rechtop, met geheven rechterarm, de wijsvinger vermanend in de lucht gestoken: orerend tegen dovemansoren.

Zij schuin voor, luid orerend.

De oude dame, dronken en met zware stem orerend, kon haast niet meer op haar benen staan en hing tegen het mooie meisje aan.