Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Orgeldraaier.

Orgeldraaier

Orgeldraaier | Orgeldraaiers | Orgeldraaien

Orgeldraaier betekenis

iemand die muziek laat komen uit een draaiorgel (door aan het grote wiel te draaien)

Voorbeeldzinnen (13)

De inns en outs van het seksleven een doorsnee Braziliaanse orgeldraaier wellicht?

Ik ben bang dat de hooggeleerde Adriaan Schout nog dit jaar aan de slag kan als orgeldraaier.

Ze schenkt wijn aan de werkers, en ze dansen op de muziek van de orgeldraaier.

Zwarte Sophie is de dochter van een meestal bezopen orgeldraaier en een moeder, die zelfs tijdens haar zwangerschappen bijverdiende als prostituee.

Verder spreekt hij over mensen die wel een opleiding hebben die wel goede mensen zouden zijn, maar een opleiding kan ook een opleiding tot orgeldraaier zijn, of een opleiding tot augurkenstamper.

Dus Rutte is het aapje, als je zaken wilt doen moet je bij de orgeldraaier zijn en die trapt je uit of je een kakkerlak bent.

Steevast begon iemand even later met iets te rammelen, het klonk een beetje als de centenbak van de orgeldraaier.

In het winkelhart van Helmond woedt een stevige discussie over het muziekinstrument van orgeldraaier Alfons van Gehlen.

Nog vreemder vindt hij het dat cabaretier Wim Sonneveld op datzelfde moment op de radio zit met een ongehoord populaire act over Wim Parel, de orgeldraaier.

Graten staken naar buiten als neusharen uit een orgeldraaier.

De volgende avond zitten in de woning van vrouw Schouten vijf arbeidersvrouwen en een blinde orgeldraaier onder zijn gehoor.

Wim Sonneveld had er veel succes met zijn creatie van de orgeldraaier Willem Parel en Prior bracht er Dorus en Meneer Cor Steyn bij elkaar.

Na een ongeluk op een bouwplaats probeerde hij zijn familie als orgeldraaier en schildersmodel te onderhouden.