Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Ottoonse.

Ottoonse

Voorbeeldzinnen (20)

Bij opgravingen werden in 1967 de resten van een ottoonse kerk gevonden, een voor die tijd ongewoon grote kerk van 29 meter lang bij 9 meter breed.

De archeologische opgravingen leveren sporen op die van Ottoonse, Karolingische, Merovingische en zelfs Romeinse afkomst waren.

De strenge en eenvoudige kapitelen stammen uit de ottoonse en salische vormencultuur en bezitten tegenwoordig weer de oorspronkelijke kleuren.

In 1255 splitste het huis zich in de Walramse en de Ottoonse linies.

Rechtsgrondslag hiervoor was het zogenaamde Ottoonse Handvest de dato 5 juni 1311.

Van deze Ottoonse nieuwbouw zijn nog belangrijke bestanddelen bewaard gebleven.

Het westwerk van dit bouwwerk heeft net zoals vele andere Ottoonse kerken een duidelijk Karolingische (8e en 9e eeuw) oorsprong.

Wat jij gevonden hebt is een (tinnen) schijffibula met verhoogd middenstuk en pseudo parelrand uit de Ottoonse tijd.

De Nederlanden vielen na het Verdrag van Ribemont van 880 grotendeels onder de Duitse koning, die hier door het Ottoonse stelsel zijn macht kon uitoefenen via door de koning benoemde bisschoppen.

Een kleine groep van Ottoonse kloosters werd direct door de keizer en de bisschoppen gesponsord.

Het pronkstuk is een evangeliarium met ottoonse boekschilderkunst uit de tijd voor 1052.

Hij was de grondlegger van de Ottoonse dynastie van Saksische koningen en keizers.

Tegelijk met de Ottonen vond de zogenaamde Ottoonse renaissance plaats.

Zijn naam is verbonden aan twee Ottoonse kunstschatten waaraan de dom zijn plaats op de Werelderfgoedlijst mede te danken heeft: de Bernwardsdeur uit 1015 in het westportaal en de Christuszuil uit 1020 in de zuidelijke dwarsbeuk.

Daarnaast bevat de Essener domschat ook verschillende, vanuit kunsthistorisch perspectief zeer belangrijke kunstwerken, in het bijzonder uit de Ottoonse tijd.

De "Frankische Boog" (Duits: Fränkische Bogen) is nog een overblijfsel van de ottoonse voorganger van de kerk.

De gebieden die zij daarbij moesten afstaan aan het Groothertogdom Berg werden gecompenseerd met gebieden van de Ottoonse linie.

De gewone bevolking maakte gebruik van de voorgelegen Sint-Johanneskerk die zich ooit uit de ottoonse doopkapel had ontwikkeld, of de Sint-Gertrudiskerk op het Marktplein.

De Ottoonse keizers stelden vanaf de 10e eeuw zelf alle bisschoppen en abten in het Heilige Roomse Rijk aan, die vanwege hun celibaat geen wettige nakomelingen konden krijgen die hun bezittingen konden erven.

De tweede instelling was steviger verankerd in de Ottoonse gebieden, de eigen kerken (Eigenkirchen; in de Engelse wet het recht van "advowson").