Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Oudnederlandse.

Oudnederlandse

Voorbeeldzinnen (20)

Daarnaast, het is hartstikke met een T, vanuit het oudnederlandse "hartsteek" wat zoveel betekende als "dood".

Etymologisch gezien zou de naam van het dorp afgeleid zijn van het Oudnederlandse hul of hil.

De weinige Oudnederlandse teksten zijn allen door specialisten te lezen, het lijkt nauwelijks meer op het huidige Nederlands.

Een van de bekendste Oudnederlandse zinnetjes begint met 'Hebban olla vogala nestas hagunnan' ('Hebben alle vogels nesten begonnen').

Want uit de periode van vóór 800 is er maar één andere tekst bekend met Oudnederlandse woorden erin.

De Oudnederlandse schrijfwijze lijkt dit te bevestigen.

In zestien fraaie kippenverblijven worden deze Oudnederlandse landhoenders daar – in bijna alle erkende kleurslagen – gehouden.

Ook de naam Brussel zelf is van Germaanse oorsprong: de oudste vermelding luidt Bruocsella, waarin we duidelijk het Oudnederlandse bruoc "broek(land), moeras" en sella "zele, nederzetting" herkennen.

Broek is immers de Oudnederlandse naam voor doornatte gronden.

De schat in Noord-Drenthe is een Oudnederlandse oppervlaktemaat.

Dat verloren gegane tweetalig Latijns Oudnederlandse psalter werd vernoemd naar zijn laatst bekende bezitter, Arnold Wachtendonck.

De Oudnederlandse dialecten - waar deze ontwikkelingen (ook wel de Keulse expansie genoemd) niet of nauwelijks plaatsvonden - worden West-Oudnederlands genoemd.

Ket is de Zuid-Brabantse vorm van het Oudnederlandse ked, kedde of kidde, en van het Engelse kid, wat oorspronkelijk i.h.a. een (dieren-)jong betekent, meer specifiek een jong geitje of een klein paard.

Terreplein (H) Het Oudnederlandse Vestingstelsel is een aan de Nederlandse grondstoffen en landschappen aangepaste manier van het ontwerpen en bouwen van vestingwerken.

Etymologie Etymologisch gezien zou de naam van het dorp afgeleid zijn van het Oudnederlandse hul of hil.

Het begrip komt van het oudnederlandse werkwoord prejen wat vérspreken betekent.

Het is dus zeker niet zo dat Nederlandstalige kunsthistorici het gebruik van 'Oudnederlandse schilderkunst' of 'Vroegnederlandse schilderkunst' verkiezen boven de 'Vlaamse Primitieven', niet voor het grote publiek maar ook niet voor hun publicaties.

Hierdoor vond er een verspreiding plaats van bepaalde Hoogduitse kenmerken onder de Oudnederlandse dialecten, waarvan de resulterende vorm het Oud-Oost-Nederlands is.

Met name Erwin Panofsky heeft in zijn boek "Early Netherlandish Painting" uit 1953 deze benaming voor de Oudnederlandse schilderkunst voorgesteld.

Nederlands Het feit dat hij in het in Latijn geschreven akten als Henricus Magetoge wordt genoemd, kan alleen worden verklaard dat Hendrik ook in de dagelijkse omgang aan het hof met het Oudnederlandse magetoge werd genoemd.