Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Ouwel.

Ouwel

Ouwel betekenis

een dun wit ongedesemd baksel van rijstzetmeel zoals dat in de Eucharistie en als bodem voor bepaalde koekjes gebruikt wordt

Voorbeeldzinnen (9)

Een ouwel kan je gemakkelijker doorslikken dan een tablet.

Die koekjes bak je beter op een ouwel. Anders kleven ze aan de bakplaat.

Dit zijn ouwel- of oblatenzegels.

Echter nooit m'n stukje ouwel opgehaald of dat slokje wijn gedronken.

Daaroverheen gaat het tafelkleed; in het 'holletje' dat zo ontstaat wordt een stukje ouwel gelegd.

Snijd nu met een scherp mes de ouwel rollen door midden het liefst scheef door midden.

Ouwel is bij de bakker te krijgen.

Na de zogenaamde consecratie wordt de ouwel hostie genoemd.

Dit is dus eigenlijk geen ouwel als boven beschreven, maar dun brood.