Overkleed is een Nederlands woord. Hieronder vind je 10+ voorbeeldzinnen die laten zien hoe het in de praktijk wordt gebruikt.
Overkleed in een zin
Overkleed betekenis
kledingstuk dat over alle andere kleren wordt gedragen
Gebruik van Overkleed
- De belangrijkste betekenis op deze pagina is: kledingstuk dat over alle andere kleren wordt gedragen
- In het voorbeeldencorpus komt overkleed vaak voor in combinaties zoals: haar overkleed, een overkleed, zijn overkleed.
Context rond Overkleed
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 18.9 woorden
- Plaats in de zin: 0 begin, 9 midden, 2 einde
- Zinsoorten: 11 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Overkleed
- In deze selectie staat "overkleed" meestal in het midden van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 18.9 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral deftig, leren, wit, uittrekt en rechtopstaand op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "overkleed".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn halewijn zijn overkleed uittrekt zodat en aan haar overkleed dat scheef. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "overkleed" dicht bij woorden als aab, aadje en aaftink, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met overkleed
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Het was een lang, deftig overkleed voor heren van stand. (10 woorden)
Over de onderjapon draagt de vrouw een overkleed met open zijkanten en pofmouwen. (13 woorden)
Jongeman in zwarte toog met wit overkleed, rechtopstaand met handen bijeen op borst. (13 woorden)
De prinses stelt voor dat Heer Halewijn zijn overkleed uittrekt, zodat het niet met haar bloed besmeurd zal raken, en terwijl hij dit doet slaat zij zijn hoofd eraf. (29 woorden)
Dan blijkt echter dat de koningsdochter een list heeft bedacht: ze stelt voor dat Heer Halewijn zijn overkleed uittrekt, zodat het niet met haar bloed besmeurd zal raken. (28 woorden)
Ze maakt een strik van haar overkleed en bindt dit aan de Aśokaboom, maar haar vriendin Mālatikā ziet dit en snijdt de strik door. (24 woorden)
Voorbeeldzinnen (11)
Ze sjorde aan haar overkleed dat scheef zat. Ze had zich zeker heel snel moeten aankleden.
Het was een lang, deftig overkleed voor heren van stand.
Bij formele gelegenheden draagt hij een overkleed van goud brokaten zijde met oude symbolen in rood, blauw, groen en geel.
De mannenkleding bestaat uit hemd, kleed, een korter overkleed, een gordel en mantel, en een soort broek of kousen (beenlingen of hosen).
De prinses stelt voor dat Heer Halewijn zijn overkleed uittrekt, zodat het niet met haar bloed besmeurd zal raken, en terwijl hij dit doet slaat zij zijn hoofd eraf.
Over de onderjapon draagt de vrouw een overkleed met open zijkanten en pofmouwen.
Zodoende is bekend dat de mijnwerkers veelal gekleed waren in een leren overkleed, met daaronder wollen onderkleding.
Er is nog iets: de aanstonds tegenwoordige gelukzaligheid waarmee de ziel na de dood wordt overkleed.
Jongeman in zwarte toog met wit overkleed, rechtopstaand met handen bijeen op borst.
Dan blijkt echter dat de koningsdochter een list heeft bedacht: ze stelt voor dat Heer Halewijn zijn overkleed uittrekt, zodat het niet met haar bloed besmeurd zal raken.
Ze maakt een strik van haar overkleed en bindt dit aan de Aśokaboom, maar haar vriendin Mālatikā ziet dit en snijdt de strik door.
Veelvoorkomende combinaties met overkleed
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "overkleed" in een zin?
Wat betekent "overkleed"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "overkleed" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl