Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Paaltjens.

Paaltjens

Paaltjens | Paaltjensplein

Voorbeeldzinnen (16)

De vergelijking met Paaltjens (1835-1894) gaat zeker op voor een gedicht over een meisje dat met hoge verwachtingen ging studeren: “Had zij niet meegedaan weleer / met al die andere snoevers?

De uitgave van zijn eerste uitgave Piet Paaltjens in beeld was aanleiding voor zijn tweede boek De hoofdige boer in 2017 in opdracht van Museum STAAL in Almen.

Het heet 'Reünie' en is door Paaltjens geschreven ter gelegenheid van het lustrum van zijn vroegere Leidse studentenvereniging.

Dit werk, Snikken en grimlachjes uit 1867, is een van de hoofdwerken van Paaltjens.

Omstreeks 1900 poneerde Johan Winkler de stelling dat Piet Paaltjens wel eens medeauteur van het boek zou kunnen zijn.

Hij doet dit aan de hand van zeven Nederlandse literatoren, te weten: Willem Bilderdijk, Isaac da Costa, Elias Annes Borger, Hendrik Tollens, Nicolaas Beets, Piet Paaltjens (Francois Haverschmidt), en Multatuli (Eduard Douwes Dekker).

In hetzelfde boekje herinnert Van Amerongen eraan dat de classicus J.P. Guépin Heine bestempelde als de Duitse Piet Paaltjens.

Met dank aan Piet Paaltjens?

Dan denk je toch meteen aan Armenius, aan Boerhave, aan Piet Paaltjens, aan Snouck Hurgronje of aan Huizinga, die zich allemaal in hun graf moeten hebben omgedraaid toen het nieuws op hun kerkhoven begon rond te zingen.

Het is een van de bekendere gedichten van Piet Paaltjens - pseudoniem van Francois Haverschmidt (1835 - 1894): Immortellen IX uit de bundel Snikken en Grimlachjes.

In de schoolbloemlezing op de hbs was Piet Paaltjens mijn dierbaarste dichter.

Als Piet Paaltjens schreef François HaverSchmidt de mooiste Leidse poëzie.

Op de volgende websites vindt U meer informatie over Piet Paaltjens.

Alleenstaande figuren als Piet Paaltjens en de Schoolmeester zonder ik uit.

De Rotterdamse band The Amazing Stroopwafels bezong Zwart Nazareth (en Piet Paaltjens) in een gelijknamig lied.

Een enkel werk van Piet Paaltjens en Conrad Busken Huet wellicht daargelaten, leidde het doorgaans tot vrij zielloze literatuur die de tand des tijds dan ook nauwelijks zou doorstaan.