Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Pachter.

Pachter

Pachter betekenis

iemand die iets pacht

Voorbeeldzinnen (20)

De pachter beheert 50 hectaren.

Ze leende een zaag van die pachter uit.

Mijn grootmoeder was een pachter.

Om een paar uur te mogen vissen in zo'n rivier moet je een vergunning kopen bij de betreffende pachter, de betere plekken kosten honderden euro's per dagdeel.

Pachter is Pieterjan de Bresser, eerder gastheer bij restaurant Seidel aan de Vollenhoofse haven.

Cyriel Vanooteghem, pachter van het neerhof en oorlogsveteraan van 1914-1918, vernam dat het ging om deserteurs.

Daar was onvermijdelijk een boerderij aan verbonden die werd verzorgd door een pachter.

De duikersluis mocht worden bevist door de sluiswachter die als pachter voor een periode van drie jaar verantwoordelijk was voor de afdracht van schutgelden van de kleine sluis en over een vrije woning beschikte.

De eerste gekende pachter waren Jozef Willem Verdoodt en zijn vrouw Anna Maria De Bauw.

De laatste pachter, boer Kamphuis, was het destijds niet eens met de verkoop van zijn café De Markte en blijkbaar verkreeg hij het pand vervolgens in eigendom want in 1975 verkocht hij het pand aan een nieuwe eigenaar.

De molenaars waren actief in het Pajottenland, als eigenaar of pachter, voornamelijk in het zuidelijk deel en verspreidden zich van daaruit naar Noord-Pajottenland, Henegouwen, Oost-Vlaanderen en Waals-Brabant.

De molen werd verpacht tot 1780; in dat jaar werd De Hoop en Verwachting eigendom van de toenmalige pachter, Benjamin van Eenennaam.

De NMVB heeft bij de overname van de concessies, de pachter organisatie niet veranderd.

De pachter van een aalstal werd stalsetter genoemd.

De ritten worden grotendeels gereden door STACA, een pachter in Kortenberg.

De stamreeks begint met de in Duitsland geboren en gevestigde Georg Vogel (1721-1797), landhuishoudkundige, Verwalter-Rentmeister Amt Triebel, pachter van dit Amt, Churf.

De Werkgroep Vermiste Personen Tweede Wereldoorlog identificeerde hen als de Amsterdammers Douwinus Janse, Karel Walet en Eliazer Pachter.

Deze stoomtram was uitgebaat door de pachter "SA des CFV Montois", (CFVM).

Dit is de enige pachter die nog over was bij de opsplitsing van de NMVB.

Het huis van de pachter werd in 1920 gesloopt om plaats te maken voor een akker waarop met nieuwe landbouwtechnieken werd geëxperimenteerd.