Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Pafferig.
Pafferig betekenis
slap en dik
Voorbeeldzinnen (14)
De Napoleon van 1815 is pafferig, zweterig, moe en ziek, gekweld door aambeien.
Hij is pafferig alsof hij heeft gehuild (of is net wakker, kan ook).
Overigens, wat anders, wel een pafferig baasje geworden.
Voor iemand die niks mankeert ziet Poetin er toch nog steeds erg pafferig uit.
Zijn gezicht is pafferig, vermoeid, anders.
Een drankhoofd heeft De Mos inderdaad: pafferig, rood aangelopen en hij zweet snel.
Oké daar gaan we dan, liever met een bolknak in een pafferig doch onverzettelijk gezicht dan met een voor velen kwetsende grijns op het gezicht van een visieloze chatterbox getoverd.
De populistische politicus is een “pafferig piempeltje,” zo schrijft het magazine.
Goethe was pafferig geworden en leek niet meer op de portretten die er van hem in omloop waren.
Hij heeft anders wel een pafferig gezicht.
Wel dat hij in die periode dik en pafferig werd.
Zag er oud en pafferig uit.
Zie punt 1: door alle vloeistof die naar je hoofd stijgt, ga je er pafferig uitzien.
Ik denk dat het everzwijn dat slachtoffer werd van jij, lelijk pafferig mensdier, veel meer waard was dan tien van huftertjes zoals jij.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl