Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Pannenkoek.
Pannenkoek
Gerelateerde woorden
Pannenkoek betekenis
plat, rond baksel van luchtig beslag, meestal gemaakt van meel en eieren die in een koekenpan worden gebakken | dom of onhandig persoon | actie waarbij een volleyballer zijn handpalm op de grond legt en een neerkomende bal speelt door hem op de rug van zijn hand weer omhoog te laten stuiten
Pannenkoek translation to English
Voorbeeldzinnen (20)
De Romeinen gebruikten al platte broden als bord, heden ten dage wordt de pannenkoek al als zodanig gebruikt (met uitwassen als de pannenkoek met saté of de pannenkoek met shoarma), nu gaat de vlaai ook die kant op.
Je bent een pannenkoek als je iemand een pannenkoek noemt omdat iemand diegene een pannenkoek noemt.
He pannenkoek! hoort hij regelmatig als hij in zijn foodtruck in de vorm van een pannenkoek op festivals staat.
Restaurant De Pannenkoek in Enschede heeft tijdens het Nederlands kampioenschap Pannenkoeken Bakken de prijs voor de origineelste pannenkoek gewonnen.
Als de pannenkoek gereed is kan deze op het bord of als je er veel wilt maken kan je de pannenkoek onder aluminiumfolie lekker warm houden.
In buffetvorm serveren wij u twee pannenkoeken, te weten onze pannenkoek naturel en onze pannenkoek met meegebakken spek.
Klaar is uw heerlijke pannenkoek, gebruik jam, stroop, poedersuiker of juist hartige dingen om uw pannenkoek nog lekkerder te maken.
Opbrengst Pannenkoek voor goede doel De opbrengst van een speciale pannenkoek die in Het Hoogstraatje in Nijmegen en de Duivelsberg in Berg en Dal gedurende de maanden februari t/m mei 2010 heeft verkocht, hebben voor ons 650 euro opgebracht.
Sommigen maken een kunst van het omdraaien van een pannenkoek en werpen de pannenkoek vanuit de pan omhoog om hem weer omgedraaid in de pan terug te vangen.
Ze is zo plat als een pannenkoek.
Wilt u 'n gewone pannenkoek...
Iedereen schaart zich op Bourbon Street, denkende dat het net als de dvd is... en in plaats daarvan krijgen ze er twee 60-jarige vrouwen die knipperen als een slappe pannenkoek.
Als Doudesis in 2021 de promotie van assistent naar bondscoach maakt – kort na de teleurstellende Spelen van Tokio, waar de waterpolovrouwen zesde werden – nodigt hij Aarts uit voor een pannenkoek.
Beau van Erven Dorens legde een pannenkoek op zijn hoofd, Sting zag het backstage aan.
David Croft is echter geen pannenkoek en behoorlijk goed geïnformeerd.
De eerste pannenkoek mislukt ook meestal.
Die Keulemans is zelf een pannenkoek.
Dus jullie hebben wat mij betreft ook geluk dat NL zo plat als een pannenkoek is haha.
En dan tegen een ander gaan mekkeren over een paar km te hard, wat een pannenkoek.
Geen hond die zover gaat rijden voor een of andere muffe pannenkoek.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl