Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Pannetje.

Pannetje

Pannetje | Pannetjes

Voorbeeldzinnen (20)

Kwestie van blik open trekken, pannetje op het vuur jassen, inhoud uit het blik in een pannetje plempen, opwarmen en roeren.

Alleen in het pannetje bakken, schiet niet op.

Als je vroeger een pannetje soep bij je buurvrouw bracht omdat ze artrose en reuma had en nauwelijks konden lopen dan werden mensen gekort op een AOW, dan was je voordeurdeler.

Blik omkeren in een pannetje, beetje water erbij en opwarmen op het butagas pitje.

De man had aan het begin van de avond een pit op zijn fornuis aangezet om een pannetje warm te maken, maar was in slaap gevallen.

Er bleek een pannetje met pruimen op het vuur te staan.

Geen droger, geen vergeten pannetje maar een accu van een mini-fiets.

Geen extra werk, alleen ’s morgens even in een pannetje koud water dumpen.

Gewoon eigen pannetje meenemen.

Het bleek te gaan om een pannetje op het vuur in de centrale keuken van het centrum.

Het geluid sterft weg, een achtergebleven agent gaat het huis van de man in om te kijken of er geen pannetje op het vuur staat en ik blijf alleen achter.

In de keuken was een pannetje drooggekookt wat tot een flinke rookontwikkeling leidde.

In een overheidscampagne wordt geadviseerd om daarom je eigen pannetje mee te nemen naar de snackbar.

Lulletje van de straat kan met zijn pannetje naar de frietzaak.

Nu staat het pannetje erop.

Van wie is dan welk pannetje?

Volgens de politie was er sprake van een vergeten pannetje op het vuur.

Zet voordat je het gourmetstel aanzet een pannetje azijn op het vuur en breng aan de kook.

Als de ouders nu elke zondag braaf naar de kerk gaan, is de kerk vast wel bereid om af en toe langs te komen met een pannetje soep.

Eigenlijk is Poetin maar een kikker in een pannetje, niet te snel verhitten, want dan springt die eruit.