Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Parkeerplaatsje.
Voorbeeldzinnen (15)
Kroon – klein van stuk, petje op, sterke brillenglazen, handen in zijn zakken en een geel hesje aan van de gemeente Amsterdam – past buiten op het Beursplein op de bakfietsen, waarvoor een klein eigen parkeerplaatsje is bestemd.
Elke donderdag-avond vanaf een uur of 22:30 is het een komen en gaan op het parkeerplaatsje.
En terwijl hij al drinkend een parkeerplaatsje zoek ziet hij de objecten van zijn haat.
Wat we vandaag ‘slimme apparaten’ noemen, zijn vaak nog niet echt intelligent; denk aan een virtuele assistent waarmee je kan praten of auto’s die zelf een parkeerplaatsje uitpikken.
Zeker wanneer je zelf wanhopig naar een parkeerplaatsje aan het zoeken bent.
Op vriendelijke wijze word je een parkeerplaatsje aangewezen.
Zoekt u vast een mooi parkeerplaatsje bij een laadpaal in de buurt.
Er is een parkeerplaatsje en men is blijkbaar bezig een pad aan te leggen voor de toeristen maar het pad is nog niet af dus we klimmen zelf over de rotsen verder.
Het gaat vlot met de pont, ik ben snel in Raalte en ook m'n parkeerplaatsje is nog vrij.
Het parkeerplaatsje zelf is erg schuin, maar je kunt ook op een bosweggetje onder de bomen staan.
Nadat je Sežana verlaten hebt, rij je ongeveer 2km verder naar het zuidoosten, tot je, ter hoogte van een onverhard pad aan je rechtse hand, een klein parkeerplaatsje vindt.
Na de oversteek bij het parkeerplaatsje kom je in een bosgebied dat regelmatig wordt afgewisseld door percelen weiland.
Eerst maar eens een parkeerplaatsje zoeken.
Halverwege de vuurtoren staat een hek met een parkeerplaatsje.
Op het parkeerplaatsje aan de Sint-Barbarastraat in Valkenburg/Hekerbeek is vrijdagmorgen een auto uitgebrand.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl