Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Pasgeld.
Pasgeld
Pasgeld betekenis
kleingeld dat je terug krijgt als je niet gepast betaalt | geld dat je moet betalen voor het krijgen van een pas(poort) | vergoeding die je moet betalen als je kleding past in een winkel maar er niets koopt
Voorbeeldzinnen (10)
E. (1967) De Buitenplaats Pasgeld te Rijswijk Z.H., in: Jaarboek Die Haghe, p. 100 Bij Pieters overlijden was Pasgeld ongeveer dertig morgen groot, inclusief de landerijen van de boerderij Pastijdt.
Aillaud bleef tot haar eigen overlijden op Pasgeld wonen.
Ik vraag het even aan de smartphone van mevrouw Pasgeld.
De projectontwikkelaars Hopman Interheem Groep en Schouten De Jong betalen mee en toveren direct plannen tevoorschijn om woningen te bouwen in Pasgeld en De Ruijt II, nabij Uzimet.
U stapt uit bij de halte Brasserskade of Pasgeld.
Vanuit een ogenschijnlijk hoogstaande politieke en maatschappelijke moraal geselt Pasgeld zijn slachtoffers.
In gesprek met Julius Pasgeld Door Peter de Ruiter en Tamara Andriessen Hij is vooral bekend in de Haagse regio vanwege zijn vlijmscherpe columns in De Posthoorn.
Hun zoon Willem Adriaan bleef op Pasgeld wonen, ten minste tot 1890.
Daardoor lag Pasgeld pal naast de buitenplaats Elsenburg.
De familie De Hertoghe verkocht op 15 december 1681 wat ze nog overgehouden had van Pasgeld aan de familie Teding van Berkhout.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl