Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Pasklaar.
Pasklaar
Pasklaar betekenis
m.n. van kleding dat ze op maat gemaakt is en geregen is zodat men kan kijken of de maten goed zijn indien dat het geval is kan het later afgemaakt worden | iets wat helemaal af is en dus direct gebruikt kan worden
Voorbeeldzinnen (20)
Ze noemde dit een bijzondere casus waarop geen pasklaar antwoord valt te geven.
Stond ze bij haar aantreden klaar om de economie aan te pakken en de koopkracht te verhogen, vandaag heeft ze nog altijd geen pasklaar antwoord op hoe ze dat gaat doen.
Het is een vraag waarop nog steeds - het coronavirus houdt ons intussen een jaar in zijn greep - geen pasklaar antwoord bestaat.
Die Islam reikt een pasklaar kader aan dat tot in de kleinste details de terroristische daad sanctioneert.
Er kwam, niet verwonderlijk, geen pasklaar antwoord.
Een oplossing is niet altijd pasklaar.
De serie mondde niet uit in een pasklaar antwoord om de middengroepen in één keer ’boven Jan’ te krijgen.
Uiteraard heeft Tjeenk Willink geen pasklaar antwoord op deze, en de hele reeks aan andere angstige vragen – en dat hoeft (en moet!) ook niet.
Bestuur en ambtenaren hebben niet op alle ingewikkelde vragen een pasklaar antwoord en de samenleving heeft daar ook steeds minder behoefte aan.
Het medium dans kan dergelijke vragen natuurlijk óók niet pasklaar beantwoorden, maar een voorstelling als Betroffenheit bewijst wél dat je er verdomd dicht bij de kern mee kunt komen.
Ik denk niet dat een bak “pasklaar” ingekocht wordt, maar in samenwerking met ZF ontwikkeld wordt van auto tot auto.
Maar als ik dit zo lees lijkt het me vooral een stukje angst vanuit de bank, welke concurrentie ziet opkomen en nog geen pasklaar antwoord heeft.
Tevens kunnen mensen maar een bepaalde hoeveelheid complexiteit behappen; er is een grens aan hoe ver je vooruit kunt zien, hoe goed je intuïtie is, hoeveel data je kunt onthouden en pasklaar kunt hebben.
De regering heeft geen pasklaar antwoord op vragen over de valutaveilingen.
De jonge Belg van Soudal Quick-Step versnelde, maar de Sloveen had een pasklaar antwoord.
De Schutter had daar niet meteen een pasklaar antwoord op, waarop De Wever zelf verder ging.
Op de vraag wie hij ging kiezen leek de boer ook geen pasklaar antwoord te hebben.
Al kan niemand een pasklaar antwoord bieden.
Bovendien heeft Mak altijd een pasklaar antwoord op degenen die hem ervan betichten dat zijn werk wetenschappelijk gezien pulp is.
Daar zit ik zelf ook in en ik heb er geen pasklaar antwoord op.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl